zondag 23 augustus 2009

Wee en wee

De boerderij in Lezje waar ik verblijf is bezit van de kerk en wordt als zodanig ook gezien als toevluchtsoord voor allerlei `uitgestotenen’ der maatschappij. De priester die hier de scepter zwaait ziet het als zijn sociale verplichting om zwervers, alcoholisten en ex-gevangenen op te nemen, en heeft de vaak ijdele hoop dat zij in de landelijke omgeving zichzelf zullen hervinden. Op dit moment zijn behalve de boerin Anna Dmitriovna nog drie anderen in Lezje neergestreken. Slava, een man van middelbare leeftijd, Vera, een alleenstaande vrouw die de leiding heeft over de renovatie werkzaamheden aan de plaatselijke kerk en Lina, een `Russische Duitse’ zoals ze het zelf het liefst verwoordt. Vera vertrekt iedere morgen al vroeg naar de kerk en dan komt ’s avonds terug met en gemene hoest vanwege de bedompte vochtigheid daarbinnen. Slava houdt zich bezig met kleine klusjes in en om de boerderij en vraagt ieder uur of ik niet al een biertje met hem wil drinken.

Met Lina, die ook Duits spreekt, heb ik dagelijks lange gesprekken over de Tweede Wereldoorlog en het Orthodoxe geloof. Ze verteld en vertaald voor me wat er de afgelopen tien jaar zoal op de boerderij is voorgevallen. Zo vertelde Anna Dmitriovna dat ze de afgelopen winter is lastiggevallen door een stel alcoholisten uit het dorp. `Geef ons je vilten laarzen’ schreeuwden ze `Anders zullen we je ervan langs geven, oud wijf’. Anna had ondanks haar slechte gesteldheid geen krimp gegeven. Ze pakte een stuk brandhout van de veranda en zwaaide er kordaat mee in de lucht terwijl ze riep: `Wegwezen, tuig, of ik roep de politie erbij!’. Zo gezegd, zo gedaan. De politie kwam en knuppelde de mannen het ziekenhuis in. `Wat moest ik anders?’ vraagt Anna bijna verontschuldigend. De vroegere buurman, Jura, ook een zware alcoholist, is drie jaar geleden op een vuilnisbelt bevroren terwijl hij op zoek was naar eten.

De priester heeft vervolgens een geestelijk gestoorde vrouw in het lege huis geïnstalleerd die eveneens aan de drank ging en met de Oezbeekse renovatiearbeiders het bed in dook. De laatste poging was een nogal teruggetrokken vrouw, waarvan Anna vermoedde dat zij een heks was. `Ik weet niet of je daarin geloofd’ begint Lina. Maar volgens de verhalen van Anna Dmitriovna is zij meerdere malen door deze vrouw bedreigd en vervolgens ziek geworden. Een zeldzame bloedvergiftiging. De dokter raadde haar aan de priester te raadplegen omdat hijzelf niets meer voor haar kon doen. `Misschien was het mijn eigen schuld’ zegt Anna `Ik had me niet van God af moeten wenden, zoals al die anderen.’

Geen opmerkingen:

Een reactie posten