zondag 23 augustus 2009

Kaput



In het dorp Lezje staan nog enkele huizen van voor de oorlog. In een houten huis uit 1924 wonen twee oude vrouwen, een tante van 77 en haar nichtje van 73, die de hele geschiedenis hebben meegemaakt. Lina heeft me aan ze voorgesteld als journalist en prompt worden uitgenodigd voor een interview waarbij de vrouwtjes thee met een waar feestmaal serveren. Nadia, het nichtje, zet schalen met brood, crackers, biscuitjes, koekjes, jam en een cheesecake op tafel, waarbij ze zich voortdurend verontschuldigd dat alleen de rode bessenjam van eigen makelij is. `Mijn vader heeft het huis gebouwd’ begint Maria, de tante, te vertellen. `We hebben hier gewoond totdat de Duitsers het huis in beslag namen. Toen hebben we onderdak gevonden in een watermolen in het dorp. Mijn moeder was voortdurend bang dat haar kinderen in het waterrad zouden vallen, maar God had andere plannen. Op een nacht werden we wakker. Iemand riep `We branden! We branden!’ Alle bewoners renden naar buiten. Ik wilde echter persé mijn nieuwe jas meenemen die boven aan de kapstok hing. Het vuur greep om zich heen. Een Duitse soldaat heeft me uiteindelijk in zijn armen de trap afgedragen’.


`Neem toch, neem toch,’ dringt Nadia aan en ze schuift de schaaltjes met jam en koekjes dichterbij en gebaart dat ik ook een lepeltje jam in mijn thee moet doen. Ik roer de besjes door mijn thee. `Heeft u gewerkt in de oorlog?’ Lina vertaald mijn vraag. `Natuurlijk, tijdens de oorlog hebben we van alles voor de Duitsers gedaan. Gewassen, loopgraven uitgegraven en aardappels geschild. In de kerk hier was een kantine voor de soldaten ingericht’. `Neem toch taart! Eet meisje, eet’ onderbreekt Nadia ons weer. `Laat haar’ zegt Maria `Ik weet nog goed hoe een Duitse officier op een motor het dorp in kwam rijden en zei: “Drei, vier tagen; Leningrad kaput”. Vele dorpsbewoners werden op transport gezet. Maar een Duitse officier, Erik, die destijds in ons huis woonde, gaf tegenover mijn moeder toe dat de oorlog eigenlijk al verloren was. Toch wilden de Duitsers nog niet opgeven. Een vrouw hier uit Lezje, moeder van drie kinderen, werd benaderd door een Russische soldaat die een schuilplaats zocht. Zodra zij hem echter had binnengelaten bleek hij een Duitser te zijn. De vrouw, die nooit een vlieg kwaad deed, werd hier op de heuvel tegen een berk gebonden en geëxecuteerd. `Oh mijn kleintjes, mijn lieve kindertjes’ huilde ze. Nadia en ik wilden het dak opklimmen om te kijken maar konden het niet aanzien.’ Tante en nichtje vluchtten naar het nabijgelegen Mga, ze wisten niet of hun ouders nog in leven waren. Aan het einde van de oorlog kwamen ze vol luizen terug in het dorp. `Onderweg kwam het goede nieuws, papa had de aardappels alweer gepoot.’ Nadia schenkt nog eens thee in…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten