Op de zonnige ochtend van mijn dertigste verjaardag vertrek ik in een luchtig zomerjurkje naar Den Haag. Voor Het Visum, het gouden ei waarvan Het Ticket de kip is. Het is altijd de vraag welke je het eerste moet gaan halen, want op beiden staat natuurlijk een vastgelegde datum. Het Ticket had ik inmiddels al, dus nu moet ik het extreem bureaucratische consulaat trotseren. Dat dringt meteen tot me door als ik de hoek van het statige gebouw omloop en zo’n twintig mensen op de stoep in de rij zie wachten. Als ik een uur later achter nog zestien mensen sta begin ik me flink te irriteren. Het motregent inmiddels en ik sta op hoge hakken te wiebelen en in het korte jurkje de kou te verbijten. Maar dan besef ik me opeens dat deze outfit niet toevallig is gekozen- ik word in deze hoedanigheid inderdaad aangezien voor een landgenote door het Russische meisje dat achter me staat. `Oy…’ zucht ze en ze zet haar blote benen in een nog korter rokje dicht tegen elkaar. Russische vrouwen dragen altijd hakken, hoe slecht het weer, de weg of de wachttijden ook mogen zijn. Rusland verwacht me…
Een strenge portier laat met een mat gezicht weer twee mensen binnen. Het meisje achter me stapt uit de rij en wordt na een kort overleg in het Russisch ook binnengelaten. Nu schuift een gezette Aziatische handelaarster aan. Ik zie dat ze dat is aan haar strak opgebonden haar, de roze make-up op haar vastberaden gezicht en het gewatteerde jack dat is naar binnen gevouwen boven een iets te strakke spijkerbroek. Ze werpt me een gemaakt glimlachje toe en sist: `Zij is binnengekomen hè?’ Vervolgens komt ze steeds een tergend klein stapje dichter achter me staan- in de niet bewegende rij, waardoor ik haar uiteindelijk maar laat passeren. Toch kan ik het niet laten me nonchalant maar hardop af te vragen hoe ook alweer de volgorde was. Een aantal mensen begint te praten, het geslepen zakenvrouwtje zet een stap terug en lacht naar me. Ze mag me wel. Als om twaalf uur midderdag de deur op slot gaat zijn wij de enigen die nog niet willen opgeven. Ik sta ineens vooraan en wordt binnengelaten, maar algauw komt de portier me aan resoluut de deur wijzen. Terug bij de tramhalte hoor ik achter me: `Jij bent binnen gekomen hè?’ Glimlachend schud ik mijn hooft tegen de Aziatische vrouw. `Tot morgen!’ groeten we elkaar.
De volgende dag ben ik om half acht terug en om half tien binnen. Maar natuurlijk zijn mijn papieren niet in orde (de verzekering moet nog iets faxen) en wordt ik weer uit de rij verwijdert. De Russische burger moet vasthoudend zijn als een pitbull en het geduld hebben van een schildpad waar het systematische officiële procedures aangaat. Volhouden loont uiteindelijk, dat wist de Aziatische ook. De week daarop mogen we beiden triomfantelijk ons visum in ontvangst nemen. Rusland verwacht me nu officieel.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten