Ik vraag Ira en Oleg, een pasgetrouwde stel met beiden een goede baan en bijpassend inkomen, of ze zich iets herinneren van hun kinderjaren onder het communistische bewind. `Wat ik me het meest herinner’ antwoordt Ira na een uitgebreid diner, `is dat ik als meisje met mijn moeder naar de winkel ging en dat de planken altijd leeg waren. Er was maar één soort worst, één soort boter, en twee soorten brood.’ Ik herinner me dat dit tien jaar geleden in een klein dorpje als Lezje nog steeds het geval was en geef eerlijk toe dat dit voor mij als inwoner van een consumptiemaatschappij juist een verademing was. Maar Ira en Oleg beamen dat de veelheid aan keuzes vandaag de dag ook niet per sé een verbetering is. De goede idealen van het communisme worden over het algemeen nog steeds erkend. In plaats van op een seksuele manier gingen mannen en vrouwen kameraadschappelijk met elkaar om. Er was weinig geweld op straat en mensen lieten de deur van hun huizen gewoon open.
`Het recht op gratis onderwijs en medicijnen had wat mij betreft behouden mogen blijven. Maar het was destijds natuurlijk een andere wereld’ vervolgd Ira. `Each family was the same as another family, the same conditions…’ `The same furniture,’ vult Oleg aan `the same clothes, the same flat.’ `The same Lada…’ Ze lachen om mijn opmerking. `Nou, het was wel heel bijzonder om een auto te hebben’ zegt Ira. In het Museum van de Politieke Geschiedenis van Rusland te St Petersburg heb ik inderdaad bevestigd gezien dat luxegoederen ten deel vielen aan de sluwe uitbuiters. Daarom wekten zelfs het dragen van maatpakken, stropdassen, zijden blouses, bont en moderne kapsels argwaan op. `Bourgeois’ was in de communistische maatschappij een scheldwoord. Uniformiteit en eenvoud het credo. Het grappige is dat het op de markt verschijnen van het belegen handwerktijdschrift Burda in Rusland heeft gezorgd voor een ware mode-revolutie.
Helaas vormde zich ook binnen het communistische systeem een politieke elite. De Partij had alles, en de mensen hadden niets. Omhoog klimmen op de sociale ladder kon alleen binnen de Partij. De gewone man moest stelen bij het leven om te kunnen overleven.
Het wordt al laat in het flatje van Ira en Oleg… Ira opent de enorme spiegelkast in de kleine woonkamer en er klapt een bed uit. Dan verteld ze nog hoe ze is opgegroeid in een zogenaamde `communal’, gemeenschappelijke woningen die zijn ontstaan toen de huizen van rijke burgers na de Revolutie werden opgesplitst. Families hadden vaak maar één kamer tot hun beschikking, keuken en badkamer werden gedeeld. In het Museum van de Politieke Geschiedenis kon je zo’n nagebouwde ruimte vanachter een hekje bekijken. Maar als Lena en ik een paar dagen later haar vader in Otradnoe bezoeken zie ik dat deze leefomstandigheden voor veel Russen nog steeds dagelijkse realiteit zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten