zondag 23 augustus 2009

Friedhof

Achter de iconen van de kerk van Lezje steekt een bijzonder verhaal. Ze hebben een opvallend naïeve stijl en zijn geschilderd door een oorlogsveteraan die in de oorlog zo zwaar verwond raakte dat hij verder is vrijgesteld van militaire dienst. Met zijn wapens nog om de schouders klopte hij vervolgens bij een klooster aan. `Maar is er dan een oorlog uitgebroken?’ vroegen de monniken die hun leven lang binnen de kloostermuren hadden gewoond. De veteraan vertelde van alle verschrikkingen in het veld. `Wel, laten we gaan thee drinken’ was de stoïcijnse reactie van de kloosterlingen…

De Russische kerk in Lezje is bij wijze van herdenkingsmonument met Duitse gelden gerestaureerd. In ruil daarvoor hebben de Duitsers ernaast een kerkhof voor alle opgegraven Duiste soldaten mogen aanleggen. Het is een strak aangeharkt parkje met enkele formaties gedenkstenen, dat bij het rommelige Russische boerendorpje zeer vreemd afsteekt. De Russische Duitse Lina is er echter niet weg te slaan. Overal in Lezje voelt het kleine altijd zwart geklede vrouwtje nog de soldatenzielen rondwaren. `Alles,’ zegt ze `ik verzamel praktisch alles wat met de veldslag hier te maken heeft.’ Als ze me verhalen over de slag bij Lezje verteld rollen haar ogen in hun kassen en begint ze te stotteren in haar haast om alles uit de doeken te doen. `De machthebbers waren de hoofdschuldigen’ hakkelt ze `niet de soldaten. Die hebben alleen hun plicht vervuld.’

Zelf is ze opgegroeid in een strafkamp in Syberie. Haar Duitse vader heeft de oorlog niet overleefd, haar moeder is later in het strafkamp overleden. De kleine Lina werd door een fatsoenlijk communistisch gezin geadopteerd. Op negenjarige leeftijd werd ze echter opstandig. `Ik ben een Duitste’ zei ze als ze berispt werd `Ik luister niet naar communisten.’ Ze schreef zelfs een brief naar een radiostation waarin ze het Russische regime afkraakte en kinderlijk boos verklaarde dat ze lekker toch naar Duitsland zou verhuizen. Dat trok de aandacht van de geheime dienst. Lina werd nooit gearresteerd maar is de rest van haar jeugd en studententijd scherp in de gaten gehouden.

Nu komt ze vaak in Lezje, het vroegere slagveld van de twee volkeren waaruit ze geboren werd. Als we op een avond met een fles Moldavische kloosterwijn van het winkeltje naar huis lopen begint ze ineens hardop te lachen. `Dit heb ik nog nooit iemand verteld’ begint ze `Maar vorig jaar ben ik iedere avond met een fles wijn naar het kerkhof gegaan. Ik zat daar dan te bidden en drinken en wat te praten met de soldaten. Ik slecht bij stem maar soms zong ik ook `Soldatenlieder’. Duizenden hebben hier hun bloed vergoten, dat voelt men gewoon, dat vòelt men. Ik heb `doch immer’ het gevoel dat ik hier niet alleen ben.’

Geen opmerkingen:

Een reactie posten