Waarom kom je toch zo graag in Rusland?, is de eerste vraag die mijn Russische vriendinnen me stellen als we na enthousiaste omhelzingen aan de thee en taart zitten. Ik kijk om me heen. Het is alleen de taart al waar ik hulpeloos voor val: een bergje goedkope deegbolletjes overgoten met plakkerige karamel en chocola. Het geheel verdiend op het eerste gezicht nauwelijks het woord `taart’, maar smaakt verrassend goed. Na de thee is er champagne en pasta met bleke kippenboutjes. Julia spoelt de gebaksbordjes af en zet ze druipend in het kastje boven de gootsteen. Daar is de bodem uitgezaagd en een afdruiprekje in gespijkerd. Het zijn die typisch onlogische maar creatieve Russische oplossingen voor de dagelijkse misère die mij mateloos boeien.
You will be stay at ze our house, had Lena al aangekondigd. Na het eten zwaait Julia ons uit vanaf haar kleine balkonnetje in het enorme communistische flatgebouw. Lena en haar man Ilia woonden vroeger in zo’n zelfde complex maar bezitten sinds een aantal jaren een echt huis. Onderweg verteld Lena me dat ze vorig jaar een grote brand hebben gehad die bijna het hele huis heeft verwoest. Ze zijn nog bezig met de herstelwerkzaamheden. Aan de voorkant ziet het huis eruit als een traditioneel houten huis alleen zijn de balken vervangen door plastic houtimitatie zonder decoratief snijwerk. Als we omlopen naar de achterdeur zie ik echter dat het plastic op verscheidene plaatsen in gestolde bobbels en draden naar beneden hangt. Binnen dringt een penetrante brandlucht mijn neus binnen. Het interieur is een lappendeken van verfspatten, losse stukken tapijt die over elkaar zijn gelegd om de brandplekken te bedekken en zwartgeblakerde stenen muurtjes afgewisseld met onafgewerkte houten schotten. Absoluut onbewoonbaar. Maar niet in Rusland. Lena en Ilia hebben het ergste deel verborgen achter een stuk plastic en de rest van het huis weer ingericht. Niet dat de financieel gezien een andere optie hebben, maar ik bewonder de milde gelatenheid waarmee ze nu voor de tweede keer aan een verbouwing begonnen zijn. De manier waarop ze met bij elkaar geraapt huisraad een thuis hebben gemaakt. Als ik Lena geld terug geef voor het visum dat ze voor me gehaald heeft gaan we meteen naar de bouwmarkt voor een pot verf om weer een muur te kunnen schilderen.
Maar het is eerst tijd om frambozen te oogsten. De volgende dag plukken we met ons drieën twee emmers vol frambozen die nog warm zijn van de zon. Lena kookt een deel ervan met suiker tot gelei. We drinken thee met de gelei op brood ernaast. En ondanks alle dagelijkse misère voelen we ons onwaarschijnlijk rijk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten