zondag 23 augustus 2009

Slava



Op de boerderij die hoort bij de kerk helpt Slava, een man van 58, de boerin met het zware werk. `Het lot’ zegt hij, heeft hem naar Lezje gebracht. Later blijkt dat het de priester zelf was, die hem vroeg te blijven toen hij met zijn moeder de pas gerestaureerde kerk bezocht. Slava woonde toen nog in het Oerol gebergte en was een weekje op bezoek bij zijn moeder in St Petersburg. Op een avond steekt hij in de boerderij de open haard aan en begint bij het vuur te vertellen over zijn jeugd in Oerol:


`We hadden het daar goed in de jaren 50. Toen ik een jaar of zes was belegde mijn moeder onze boterhammen royaal met roomboter en kaviaar. Wel deelden we met zijn zessen een kamer, onze tante en haar zoons woonden bij ons in. De jonge Slava ging geschiedenis studeren en deed veel aan sport. De meisjes lagen aan zijn voeten, de beste tijd van zijn leven, zegt hij met een dromerige blik. Slava won als semi-professional veel prijzen in langlauf competities. Op een gegeven moment werd hij van school getrapt omdat hij altijd aan het skiën was. `Geeft niets,’ zegt Slava, de Geschiedenisfaculteit was toch één grote propagandamachine. Hij begon zijn geld te verdienen met langlauf kampioenschappen in Moskou en het Oerol gebergte. Op 27 jarige leeftijd moest hij echter een operatie aan zijn meniscus ondergaan. Tegenwoordig worden sporters voor een dergelijke operatie naar Duitsland gevlogen, maar ten tijde van het communisme was daar natuurlijk geen sprake van. De operatie mislukte, en Slava heeft tot op de dag van vandaag nog klachten. Hij gromt: `Ze zouden alle Russische artsen een kogel door de kop moeten jagen.’


De Perestrojka zorgde voor een grote omwenteling in de geschiedenis. `Toen,’ zegt Slava `werd het leven pas echt interessant.’ Hij begon een handeltje in chocola, drank en sigaretten en leidde het turbulente leven dat voor de Russen al die jaren ontoegankelijk was. Hij ging naar films, het theater en kocht wat hij maar wilde.


`Maar wat moet een man van mijn leeftijd nog interesseren’ zucht hij opeens melancholisch. `De vrouwen kunnen naakt voor me staan springen. Ete mnje pofic- het zal me een worst zijn.’ Als ik naar zijn eigen vrouw vraag verteld hij dat ze op 48 jarige leeftijd aan kanker is gestorven. `Het kan best zijn dat ik daardoor een beetje neerslachtig ben geworden.’ Ik vraag wat hem dan nog gelukkig maakt. `Ach, voetbal, een biertje… Verder mis ik niets of niemand. Op mij leeftijd heb je niets meer nodig. En het kerkhof is hier al om de hoek.’ Op Russische graven staat vaak een klein tafeltje waaraan met met de dode een glaasje drinkt. `Beloof je dat je me daar komt opzoeken met bloemen en een biertje?’ Ik beloof het.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten