Nu ik het stadje Otradnoe wat beter ken en er een aantal vrienden heb bij wie ik kan aanbellen krijg ik de Russische methode van reciprociteit pas goed onder de knie. Reciprociteit is een antropologisch begrip dat duidt op onbaatzuchtig geven, doch met de zekerheid dat men op een bepaald moment een wederdienst mag verwachten. In West Europa kennen we reciprociteit eigenlijk alleen nog terug bij het uitwisselen van verjaardagscadeaus en relatiegeschenken. In Rusland lijkt het begrip nog volledig verweven te zijn met het dagelijks leven. Wie geld heeft gaat naar de winkel, wie een moestuin heeft oogst verse groenten, wie verre familie bezoekt neemt lokale specialiteiten mee… Maar in alle gevallen wordt de opbrengst gedeeld met iedereen die op dat moment aan tafel zit. En je kan erop rekenen dat je op een zeker moment op dezelfde wijze aan tafel ontvangen zult worden bij de mensen die nu te gast zijn.
Onderaan de grijze flatgebouwen in het centrum hangt naast de stalen toegangsdeur een intercom, ofwel domofoon (dom= huis), waarop je het nummer van de betreffende flat intikt en vervolgens wacht op het “Kto tam? (Wie is daar?)”. Vaak staat tegen de tijd dat je de stoffige trappen hebt beklommen al een dampend bord eten voor je klaar in het kleine keukentje boven. Soep met brood gevolgd door thee met snoep en koekjes. Hoe eenvoudig het huishouden ook mag zijn. Inmiddels weet ik deze gastvrijheid zonder schuldgevoel te aanvaarden. Want ik weet dat ik op andere momenten degene mag zijn die trakteert. En eigenlijk is het heel fijn en geruststellend om in dit systeem van wederzijdse afhankelijkheid te zijn opgenomen. Leven in Rusland is een kwestie van aansluiten bij een groep, en vanuit die positie word er automatisch voor elkaar gezorgd. Voor West Europese reizigers kan dit principe nogal benauwend aanvoelen, gewend als we zijn aan de individualistische instelling waarmee alles thuis wordt benaderd. Russen zullen niet snel vragen of je met ze mee wil, ze gaan er gewoon vanuit. Er wordt samen gekookt, samen in de tuin gewerkt en samen gegeten en gedronken. In plaats van `voor wat, hoort wat’ lijkt hier te gelden `wie wat heeft, die deelt dat’.
Mijn gelegenheid om uit te delen zal zich voordoen bij mijn `Goodbye party’, die nog bij geen enkel bezoek aan Rusland heeft ontbroken. Ik zal voor een paar duizend roebel eten en drank inkopen, met Lena salades maken en Ilia een van zijn beroemde stoofschotels laten koken. De banja zal speciaal voor mij een laatste keer worden opgestookt. En rozig van het stoombad en de wodka zullen we samen lachen en herinneringen ophalen. `Je bent één van ons’ zullen de Russen met waterige ogen zeggen `Als je weer terug komt…’ En we bespreken alweer ons volgende feestje samen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten