zondag 23 augustus 2009

Mega

Omdat ik gezegd had dat ik nog wat wilde winkelen in Rusland nemen Lena en Ilia me in het laatste weekend mee naar één van de grootste winkelcomplexen van St Petersburg, simpelweg `Mega’ genaamd. Vanaf het metrostation Lomonosovskaya rijdt een gratis bus af en aan naar de winkels, de lange rij wachtende mensen is al van veraf te zien. Dichterbij gekomen valt me op dat ze opvallend modern gekleed zijn, de Russen in de rij. Skinny jeans, gympen en oversized gebreide vesten domineren het beeld. Ik voel me ineens hopeloos provinciaals in mijn synthetische pantalon en gebloemde blouse, waarmee ik in Otradnoe perfect in het straatbeeld paste. Behalve dat zijn ze ook erg jong, zeker de helft haalt niet eens de vijfentwintig. Als de gratis bus komt aanrijden persen we ons met zoveel mogelijk mensen naar binnen. Uit de boxen klinkt de hele rit een kinderlijk blij housedeuntje waar een meisje `Mega… Lalalala… Mega…’ bovenuit zingt. Het lijkt wel een schoolreisje naar het Westen.

De Mega ziet eruit zoals de ons bekende meubelboulevards; er is een Scandinavische meubelgigant gevestigd en een Duitse bouwmarkt, maar ook diverse Engelse confectie- en cosmeticamerken en Italiaanse schoenenwinkels. Het zijn grootwinkelketens uit, naar Westerse maatstaven, het middensegment- maar na vier weken in het Russische binnenland lijken de prijzen voor een eenvoudig shirtje of paar slippertjes astronomisch hoog! Geen wonder dat mijn Russische vriendinnen hun kleding na elke wasbeurt zo grondig stoppen en strijken. Lena houdt glimmende blousjes van stretchsatijn en schoenen met lakstrikken en diamantjes omhoog. `Mooi hè? Hierin zul je eruit zien als een dame!’ Voor de vorm pas ik een blouse, maar ik wimpel uiteindelijk alles af met de woorden dat het `niet mijn stijl’ is. Lena is hoogst verbaasd; het is toch mooi?

Op het kruispunt van de vier galerijen met winkels is een heuse ijsbaan en een foodcourt waar je kunt kiezen uit een Russische, Arabische of Italiaanse lunch- en Mc Donalds. Voor de balie van de hamburgerketen heeft zich, geheel in stijl met het `dagje Westen’, de langste rij Russen verzameld. In een bar met Engelse menukaart geef ik een fortuin uit aan een kop koffie, maar wel echte koffie- wat heb ik die gemist. En het cappuchinosnorretje van mijn bovenlip likkend, bedenk ik me opeens dat het op deze plek net is alsof we Rusland al hebben verlaten…

Of zal Rusland er over nog eens tien jaar helemaal zo uit zien? Ik besef ook maar al te goed dat de Russische grenzen steeds verder opengaan en het land onvermijdelijk doorgaat te verwestersen. Ik ben nog binnen de landsgrenzen. Maar misschien is het beter te stellen dat wij op deze plek al door Rusland zijn verlaten…

Vera



Vera bewoont een klein zijkamertje naast de entree van de kerk waarin het winkeltje met gebedsboekjes, Orthodoxe sierraden en ansichtkaarten is gevestigd. Het smalle kamertje van niet maar dan een meter breed wordt normaalgesproken gebruikt om thee te zetten en aardappels te koken voor de maaltijd na de dienst. Nu er aan de kerk wordt gewerkt is het buiten gebruik en gehuld in het geluid van klapperend plastic dat om de steigers buiten is gebonden. Ze heeft er een klein gasstel, een koelkast en een geïmproviseerde gootsteen- met een echte kraan maar zonder afvoer. Ik heb een lange hobbelige busrit achter de rug en mijn blaas staat op knappen. `Moet je piesen?’ vraagt ze (Ze zegt vast netjes plassen maar in het Russisch klinkt het meer als de eerste term.) Ze pakt de emmer met afvoerwater onder de gootsteen vandaan en zegt `Ga hier maar even op, dat doe ik ’s nachts ook’. Vera bezocht al een tijdlang trouw de kerk van Vader Viacheslav in St Petersburg. Op een dag liet een vriendin haar foto’s zien van de pas gerestaureerde kerk van Lezje, waar zij haar zoon had laten dopen. Vera werd meteen verliefd op de lichtgele dorpskerk met haar zilveren koepels en besloot op Hemelvaartsdag, de dag waaraan deze kerk is gewijd, naar de mis in Lezje te gaan. Zowel in het dorp als in de kerk voelde zij zich meteen thuis. Maar toen werd Vera getroffen door rak, kanker. Nadat ze redelijk was hersteld, vertrok ze echter meteen weer naar Lezje om daar in de kerk te bidden. Ze was er bijna dagelijks te vinden, en toen de beheerster van de kerk voor de winter naar een kuuroord vertrok was het eigenlijk niet meer dan logisch dat Vera haar functie overnam.


Vera laat me zien waar ze slaapt, op een harde houten bank in de ontvangsthal. Ze heeft oploskoffie gemaakt en we eten er plakjes roggebrood en haring in rode wijnsaus bij. Op het kleine tafeltje liggen astma medicijnen. Nu de kerk ’s nachts wordt verhit om water aan de muren te onttrekken heeft Vera een alleen al pijnlijk klinkende hoest ontwikkeld. `Ach, ik hou nu eenmaal van extreem’ wuift de mijn bezorgde opmerkingen weg. `Altijd al zo geweest. Wist je dat ik vroeger bergbeklimmer was? Ik ging vaak alleen de bergen in. Ik gaf ook leiding aan groepen waarmee ik een bergpas in de Kaukasus overstak. Eén keer ben ik daar uitgegleden toen ik de haak wilde bevestigen waaraan de rest van de groep omhoog zou klimmen. Ik viel een aantal meters naar beneden langs de berg en schreeuwde van binnen “Gospodie pomiloy!” (God, help me). Toen ik mijn ogen opendeed zat ik veilig naast een grote steen, ik had alleen een lichte hersenschudding en heb zelfs de tocht nog afgemaakt. God heeft me werkelijk gered. Een tijd later besefte ik me dat ik iets terug wilde doen, en ik ben dankbaar dat ik in Lezje mag wonen om die schuld in te lossen.’

Rus.comm

Ik vraag Ira en Oleg, een pasgetrouwde stel met beiden een goede baan en bijpassend inkomen, of ze zich iets herinneren van hun kinderjaren onder het communistische bewind. `Wat ik me het meest herinner’ antwoordt Ira na een uitgebreid diner, `is dat ik als meisje met mijn moeder naar de winkel ging en dat de planken altijd leeg waren. Er was maar één soort worst, één soort boter, en twee soorten brood.’ Ik herinner me dat dit tien jaar geleden in een klein dorpje als Lezje nog steeds het geval was en geef eerlijk toe dat dit voor mij als inwoner van een consumptiemaatschappij juist een verademing was. Maar Ira en Oleg beamen dat de veelheid aan keuzes vandaag de dag ook niet per sé een verbetering is. De goede idealen van het communisme worden over het algemeen nog steeds erkend. In plaats van op een seksuele manier gingen mannen en vrouwen kameraadschappelijk met elkaar om. Er was weinig geweld op straat en mensen lieten de deur van hun huizen gewoon open.

`Het recht op gratis onderwijs en medicijnen had wat mij betreft behouden mogen blijven. Maar het was destijds natuurlijk een andere wereld’ vervolgd Ira. `Each family was the same as another family, the same conditions…’ `The same furniture,’ vult Oleg aan `the same clothes, the same flat.’ `The same Lada…’ Ze lachen om mijn opmerking. `Nou, het was wel heel bijzonder om een auto te hebben’ zegt Ira. In het Museum van de Politieke Geschiedenis van Rusland te St Petersburg heb ik inderdaad bevestigd gezien dat luxegoederen ten deel vielen aan de sluwe uitbuiters. Daarom wekten zelfs het dragen van maatpakken, stropdassen, zijden blouses, bont en moderne kapsels argwaan op. `Bourgeois’ was in de communistische maatschappij een scheldwoord. Uniformiteit en eenvoud het credo. Het grappige is dat het op de markt verschijnen van het belegen handwerktijdschrift Burda in Rusland heeft gezorgd voor een ware mode-revolutie.

Helaas vormde zich ook binnen het communistische systeem een politieke elite. De Partij had alles, en de mensen hadden niets. Omhoog klimmen op de sociale ladder kon alleen binnen de Partij. De gewone man moest stelen bij het leven om te kunnen overleven.

Het wordt al laat in het flatje van Ira en Oleg… Ira opent de enorme spiegelkast in de kleine woonkamer en er klapt een bed uit. Dan verteld ze nog hoe ze is opgegroeid in een zogenaamde `communal’, gemeenschappelijke woningen die zijn ontstaan toen de huizen van rijke burgers na de Revolutie werden opgesplitst. Families hadden vaak maar één kamer tot hun beschikking, keuken en badkamer werden gedeeld. In het Museum van de Politieke Geschiedenis kon je zo’n nagebouwde ruimte vanachter een hekje bekijken. Maar als Lena en ik een paar dagen later haar vader in Otradnoe bezoeken zie ik dat deze leefomstandigheden voor veel Russen nog steeds dagelijkse realiteit zijn.

Gevangen

Igor, een oude vriend van me met ogen die altijd triest staan, verduidelijkt later op een terras in de stad het één en ander over het Russische strafsysteem. Hij werkt zelf op een soort TBS afdeling in St Petersburg met de meest gevaarlijke gekken. Drugsverslaafden komen terecht in een bewaakt heropvoedingskamp waar bezoekkamers voor de familie zijn. In de `echte’ gevangenis is bezoek maar heel sporadisch toegestaan. Dit heeft van de mannengevangenis in de stad overigens een echte attractie gemaakt. Elke maandag hangen daar de mannen een deken of handdoek uit het raam, om zo de aandacht van hun vrouwen en vriendinnen te trekken, die zich dan hebben verzameld aan de oever van de Neva. De mannen gebruiken vervolgens blaaspijpjes om hun vriendinnen liefdesbriefjes toe te schieten, gerold in pijltjes van krantenpapier, die de vrouwen in gebarentaal beantwoorden. Het is een fascinerende voorstelling.

Igor kan me ook vertellen dat zo’n veertig procent van de mannen, maar zeker de helft van de vrouwen weer vervalt in criminele activiteiten zodra ze vrijkomen. Volgens hem hebben de vrouwen het in gevangenschap moeilijker. De mannen zijn verplicht te werken en kennen daardoor meer discipline en regelmaat op hun afdeling. De vrouwen werken alleen als ze kans willen maken op strafvermindering. Daarbij zijn ze verantwoordelijk voor hun eigen hygiëne en moeten zelf grote tonnen water koken om hun lichaam, hun kleding en hun cel enigszins te kunnen wassen.

Igor zelf komt over drie jaar vrij, dat wil dus zeggen als psycholoog en bewaker. Deze extreem zware baan kent een vervroegd pensioen, en het schijnt mij toe dat de zwaarmoedige Igor vooral om díe reden zijn werkdagen uitzit. Hij verdient zwart wat bij als taxichauffeur en heeft ook thuis nog heel wat werk te verzetten. Igor deelt een tweekamerappartement met zijn gezin en half verlamde schoonmoeder- waardoor er voor hemzelf, zijn vrouw en twee kinderen maar één kamer overblijft. Zij slapen dus in stapelbedden. Men fluistert dat zijn vrouw jaarlijks terugkerende aanvallen van schizofrenie heeft, en Igor zelf verteld me zuchtend dat zijn dochter voor praktisch alles wat eetbaar is allergisch is, waardoor zij op een dieet van courgette en rijst is gezet.

Tien jaar geleden was Igor degene die de boerderij in Lezje beheerde. Hoewel hij toen geen keuze had, omdat hij illegaal uit Kirgistan was gekomen en op een verblijfsvergunning wachtte, heeft hij aan zijn tijd op het platteland goede herinneringen. `Sometimes I want to go to Lezje… Just look, but eh… eh… Something stop me, because I think when I will see, I will be sad…’ hakkelt hij voor zich uit starend. Dan moet hij gaan. Zijn vrouw, die vrijwel nooit het huis verlaat, wordt jaloers als hij te lang op zich laat wachten. Met gebogen hoofd sloft hij terug naar zijn flat, om voor de nacht te worden ingesloten…

Nieuwe Russen

Vanavond wordt ik voorgesteld aan nieuwe Russen. Nieuw in de zin dat ik ze nog niet kende, maar ook worden met de term Nieuwe Russen de welgestelde Russen aangeduid die rondrijden in Westerse auto’s en jaarlijks op vakantie kunnen naar het buitenland. Het echtpaar, Pasja en Tatjana, woont weliswaar in de bekende betonnen flats maar hun appartement is strak ingericht met een slaapkamer in Japanse stijl en in iedere kamer een grote breedbeeldtelevisie. Tatjana heeft een tafel vol luxe etenswaren voor ons klaargezet. Zalm, kaviaar, ingemaakte haring, blini’s (Russische flensjes), eieren gevuld met paddestoelen, room, salade met garnalen en avocado en gevulde paprika’s passen maar net tussen de borden die eromheen zijn opgesteld. Pasja bewijst zichzelf als een uitstekend gastheer door de glazen met wodka en vruchtensap na iedere slok die we nemen weer tot het randje vol te schenken.

Tegen de tijd dat we al rozig achterover leunen komt de oudste zoon van het echtpaar met zijn kersverse vrouw binnen. Een maand geleden zijn ze getrouwd en vol trots presenteert Ira, de bruid een dvd met een montage van de huwelijksbeelden. Het stel heeft in Londen een concert van Coldplay gezien en kent alle nummers van de groep. Hun `eerste dans’ hebben ze dan ook ingestudeerd op het nummer `How long’. Toch druipt de reportage in mijn ogen van de Russische kitscherigheid. De camera’s zweven in een hysterisch tempo door het publiek, waarbij de twee cameramannen regelmatig elkaar vol in beeld hebben. Vooraan zit de trotse Tatjana in een enorme witte bondstola met daarnaast vriendinnen van de bruid in felgekleurde satijnen jurken met strikken en ruches. Na het jawoord blaast een rookmachine rook en zilversnippers de zaal in, dit alles onder begeleiding van nog meer Coldplay muziek. In het laatste shot zien we tenslotte een avondlucht met silhouet van het bruidspaar waarin ze allebei een kleine revolver in hun hand houden.

`Wij vinden alles in het Westen beter,’ vertellen ze hun buitenlandse gast (ik dus) `Alles is zo… geordend en in Rusland is alles gewoon… tja, vies!’ Ik kan niet anders dan ze daarin gelijk geven. Of dit het leven leuker maakt is een tweede. Op mij komt die Westerse vooruitgang na een tijd in Rusland altijd heel gekunsteld over. In de straat van Lena en Ilia is pas een pompstation geopend. Vanuit het Russische weggetje met houten huisjes roestige Lada’s hard toeterend rakelings langs zwalkende dronkelappen scheuren sta je ineens in een fris geventileerde winkel waar een rustig vioolmuziekje speelt en verpakte producten kaarsrecht geordend in de schappen staan.

Russiprociteit

Nu ik het stadje Otradnoe wat beter ken en er een aantal vrienden heb bij wie ik kan aanbellen krijg ik de Russische methode van reciprociteit pas goed onder de knie. Reciprociteit is een antropologisch begrip dat duidt op onbaatzuchtig geven, doch met de zekerheid dat men op een bepaald moment een wederdienst mag verwachten. In West Europa kennen we reciprociteit eigenlijk alleen nog terug bij het uitwisselen van verjaardagscadeaus en relatiegeschenken. In Rusland lijkt het begrip nog volledig verweven te zijn met het dagelijks leven. Wie geld heeft gaat naar de winkel, wie een moestuin heeft oogst verse groenten, wie verre familie bezoekt neemt lokale specialiteiten mee… Maar in alle gevallen wordt de opbrengst gedeeld met iedereen die op dat moment aan tafel zit. En je kan erop rekenen dat je op een zeker moment op dezelfde wijze aan tafel ontvangen zult worden bij de mensen die nu te gast zijn.

Onderaan de grijze flatgebouwen in het centrum hangt naast de stalen toegangsdeur een intercom, ofwel domofoon (dom= huis), waarop je het nummer van de betreffende flat intikt en vervolgens wacht op het “Kto tam? (Wie is daar?)”. Vaak staat tegen de tijd dat je de stoffige trappen hebt beklommen al een dampend bord eten voor je klaar in het kleine keukentje boven. Soep met brood gevolgd door thee met snoep en koekjes. Hoe eenvoudig het huishouden ook mag zijn. Inmiddels weet ik deze gastvrijheid zonder schuldgevoel te aanvaarden. Want ik weet dat ik op andere momenten degene mag zijn die trakteert. En eigenlijk is het heel fijn en geruststellend om in dit systeem van wederzijdse afhankelijkheid te zijn opgenomen. Leven in Rusland is een kwestie van aansluiten bij een groep, en vanuit die positie word er automatisch voor elkaar gezorgd. Voor West Europese reizigers kan dit principe nogal benauwend aanvoelen, gewend als we zijn aan de individualistische instelling waarmee alles thuis wordt benaderd. Russen zullen niet snel vragen of je met ze mee wil, ze gaan er gewoon vanuit. Er wordt samen gekookt, samen in de tuin gewerkt en samen gegeten en gedronken. In plaats van `voor wat, hoort wat’ lijkt hier te gelden `wie wat heeft, die deelt dat’.

Mijn gelegenheid om uit te delen zal zich voordoen bij mijn `Goodbye party’, die nog bij geen enkel bezoek aan Rusland heeft ontbroken. Ik zal voor een paar duizend roebel eten en drank inkopen, met Lena salades maken en Ilia een van zijn beroemde stoofschotels laten koken. De banja zal speciaal voor mij een laatste keer worden opgestookt. En rozig van het stoombad en de wodka zullen we samen lachen en herinneringen ophalen. `Je bent één van ons’ zullen de Russen met waterige ogen zeggen `Als je weer terug komt…’ En we bespreken alweer ons volgende feestje samen.

Kaput



In het dorp Lezje staan nog enkele huizen van voor de oorlog. In een houten huis uit 1924 wonen twee oude vrouwen, een tante van 77 en haar nichtje van 73, die de hele geschiedenis hebben meegemaakt. Lina heeft me aan ze voorgesteld als journalist en prompt worden uitgenodigd voor een interview waarbij de vrouwtjes thee met een waar feestmaal serveren. Nadia, het nichtje, zet schalen met brood, crackers, biscuitjes, koekjes, jam en een cheesecake op tafel, waarbij ze zich voortdurend verontschuldigd dat alleen de rode bessenjam van eigen makelij is. `Mijn vader heeft het huis gebouwd’ begint Maria, de tante, te vertellen. `We hebben hier gewoond totdat de Duitsers het huis in beslag namen. Toen hebben we onderdak gevonden in een watermolen in het dorp. Mijn moeder was voortdurend bang dat haar kinderen in het waterrad zouden vallen, maar God had andere plannen. Op een nacht werden we wakker. Iemand riep `We branden! We branden!’ Alle bewoners renden naar buiten. Ik wilde echter persé mijn nieuwe jas meenemen die boven aan de kapstok hing. Het vuur greep om zich heen. Een Duitse soldaat heeft me uiteindelijk in zijn armen de trap afgedragen’.


`Neem toch, neem toch,’ dringt Nadia aan en ze schuift de schaaltjes met jam en koekjes dichterbij en gebaart dat ik ook een lepeltje jam in mijn thee moet doen. Ik roer de besjes door mijn thee. `Heeft u gewerkt in de oorlog?’ Lina vertaald mijn vraag. `Natuurlijk, tijdens de oorlog hebben we van alles voor de Duitsers gedaan. Gewassen, loopgraven uitgegraven en aardappels geschild. In de kerk hier was een kantine voor de soldaten ingericht’. `Neem toch taart! Eet meisje, eet’ onderbreekt Nadia ons weer. `Laat haar’ zegt Maria `Ik weet nog goed hoe een Duitse officier op een motor het dorp in kwam rijden en zei: “Drei, vier tagen; Leningrad kaput”. Vele dorpsbewoners werden op transport gezet. Maar een Duitse officier, Erik, die destijds in ons huis woonde, gaf tegenover mijn moeder toe dat de oorlog eigenlijk al verloren was. Toch wilden de Duitsers nog niet opgeven. Een vrouw hier uit Lezje, moeder van drie kinderen, werd benaderd door een Russische soldaat die een schuilplaats zocht. Zodra zij hem echter had binnengelaten bleek hij een Duitser te zijn. De vrouw, die nooit een vlieg kwaad deed, werd hier op de heuvel tegen een berk gebonden en geëxecuteerd. `Oh mijn kleintjes, mijn lieve kindertjes’ huilde ze. Nadia en ik wilden het dak opklimmen om te kijken maar konden het niet aanzien.’ Tante en nichtje vluchtten naar het nabijgelegen Mga, ze wisten niet of hun ouders nog in leven waren. Aan het einde van de oorlog kwamen ze vol luizen terug in het dorp. `Onderweg kwam het goede nieuws, papa had de aardappels alweer gepoot.’ Nadia schenkt nog eens thee in…

Vrouw

Russische meisjes zijn in hun tienerjaren net als overal ter wereld kauwgum kauwende luidruchtige pubers, uitzonderingen daargelaten natuurlijk. Rond hun twintigste bereiken ze de huwbare leeftijd en zie je ze zwaar opgemaakt, geparfumeerd en op hele hoge hakken met hun vriendje of verloofde flaneren. Hij, op sportschoenen en met een matje in de nek, draagt beleeft haar handtas en zij het bosje chrysanten dat hij voor haar gekocht heeft. Als dertiger gaan ze op in werk en gezin. Maar rond hun veertigste gebeurt er iets vreemds; het schijnt mij toe dat de Russische vrouwen dan de vrouwelijkheid, die eerder zo nadrukkelijk is tentoongespreid, verliezen. Je ziet ze dan nog slechts in strenge synthetische mantelpakken of gemakkelijke huiskleding uitdijen en oud worden.

Vera, die nu in de kerk in Lezje werkt, is zo ongeveer hetzelfde overkomen. Ze kwam op haar vijftiende naar St Petersburg, werkte daar als verpleegster, trouwde met een tekenleraar en icoonschilder en bracht met hem een zoon en een dochter ter wereld. Toen haar man haar verliet is ze om niet gek te worden nog harder gaan werken. Nu vindt je haar in jeans en windjack in de kerk waar ze met vredige koormuziek op de achtergrond dagenlang koperen kandelaars zit op te poetsen. Met de Oezbeekse arbeiders in de kerk gaat ze op kameraadschappelijke wijze om terwijl ik, dertig jaar jonger, opdringerig door hen wordt aangestaard. Maar het lijkt alsof Vera, volkomen zelfbeheerst, op een dag haar vrouwelijkheid zogezegd aan de wilgen heeft gehangen.

Als we op zekere avond de banja hebben opgestookt om een heet stoombad te nemen, verwacht ik dat we er samen in zullen gaan om elkaar met de twijgenbosjes op de rug te slaan. Maar Vera is terughoudend. Pas na een paar keer vragen verteld ze waarom. Ze heeft borstkanker gehad en één van haar borsten is geamputeerd. Ik hoor een paar maal het woord `bang’ in haar verhaal. Ik denk eerst dat ze zichzelf ervoor schaamt, maar begrijp later dat ze vooral bezorgd is dat ìk bang zal zijn van de prothese. Het is in Rusland niet iets waar je gemakkelijk over praat. Intieme onderwerpen, vooral die op het seksuele vlak liggen, worden liever binnenskamers gehouden. Ik probeer in gebrekkig Russisch uit te leggen dat het mij helemaal niet stoort en krijg haar uiteindelijk mee in de banja. In de zengende hitte in het houten gebouwtje houdt ze alsnog netjes haar hemd aan. Ik dring erop aan dat ze het uittrekt en gelukkig voelt ze zich vijf minuten later genoeg op haar gemak. Na het banja incident zijn Vera en ik als oude vriendinnen met elkaar. Ik wil daarom nog toevoegen dat, mocht het verhaal dat ik heb opgeschreven haar ooit bereiken, ik niet de bedoeling heb om haar ermee te kijk te zetten. Ik wil er juist mee zeggen dat ze voor mij als vrouw een voorbeeld is geweest.

Ken jij de Moeselman?

De meeste Russen zijn, behalve erg trots op hun eigen cultuur, ook zeer behoudend en conservatief van aard. Behoudend is eigenlijk de meest treffende omschrijving, want ze lijken daadwerkelijk bang te zijn dat de Russische cultuur niet behouden zal blijven zal blijven onder invloed van `anders denkenden’ die de samenleving zijn binnentreden. Veel Russen, en niet alleen de religieuze, zijn fel tegen de Gay Parade in Moskou. Ze geloven dat een dergelijk evenement mensen overhaalt om homoseksueel te worden, terwijl ze anders nooit op het idee gekomen zouden zijn. Ook het groeiend aantal Moslims wordt, terwijl je ze eigenlijk nog nauwelijks ziet op straat, gezien als een grote bedreiging voor het Russische culturele erfgoed. Het is bijna standaard de eerste vraag die me gesteld wordt als ik me heb voorgesteld: Hoe groot is het probleem met de Moslims in ons land? Als ene Marina me voor de zoveelste keer die vraag stelt en ik haar lachend antwoord dat het nu wel erg voorspelbaar begint te worden, verontschuldigd ze zich meteen en zegt: `De Russen zijn nu eenmaal racisten. I was just trying to make conversation.’ Zoals de Nederlander bij de bushalte over het weer klaagt, klaagt de Rus in oppervlakkige gesprekjes blijkbaar over de `Moeselman’.

In de kerk in Lezje werken een aantal mannen uit het islamitische zuiden van Rusland, voornamelijk Oezbeken. Al snel heb ik in de gaten dat ze door de Russen op het terrein steevast worden aangeduid als `de zwarten’. De elektriciteit in de keuken doet het niet? Loop even naar `de zwarten’, die hebben er verstand van. Des te verbaasder ben ik als Lena me op een avond meevraagt naar haar cursus buikdansen. Niet dat dit met de Islam verbonden is, maar het is toch opvallend dat juist deze Arabische dansvorm in een plaatsje als Otradnoe zo populair is. We krijgen les van de kampioene van St Petersburg, in haar tijgerprint legging met transparante uitlopende pijpen toch een typische Russin.

Vader Viacheslav, de priester, heeft vanuit zijn religieuze positie vanzelfsprekend een negatieve houding tegenover de Islam. Op gewichtige toon zet hij, om `bewijs’ op te voeren, de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk uiteen. Vervolgens verteld hij hoe de klokkenluiders van zijn kerk al een aantal keer met loden kogeltjes zijn beschoten door Zuid Russische arbeiders die op steigers aan het gebouw ernaast werken. Terwijl ik een douche neem- de Vader heeft me een slaapplaats aangeboden- bedenkt ik dat ik een dergelijk incident toch moeilijk als voorbeeld van de problematische Moslimcultuur kan beschouwen. Als ik terug kom in de keuken zit de Vader op handen en knieën de vloer te boenen. En met dit ontwapenende beeld toont hij precies wat ik eigenlijk al die tijd wilde antwoorden: dat we uiteindelijk allemaal gewoon mensen zijn.

Romance

`Speel nog een romance, daar houdt Anna Dmitrievna zo van’ dringt de Russisch Duitse Lina aan bij de vriend die ze heeft uitgenodigd. Otto tokkelt de eerste akkoorden op zijn gitaar en zet een melancholisch lied in. Met tranen in haar ogen en trillende stem neuriet de oude Anna het lied mee. `Dank jullie wel. Ach, wat ben ik blij dat jullie er zijn…’ zucht ze na afloop. Het is haar verjaardag, en op de leeftijd van 75 heeft Anna blijkbaar niemand meer die zich in het bijzonder voor haar interesseert. Wij, de gasten van buitenaf en Vera en Slava, die toevallig dit jaar in Lezje werken, zijn degenen die met een glas `Sovjietskoe Sjampanskoe’ op haar toasten.

Het feestmaal is er niet minder om. Toen ik vanochtend na een treinreis van een uur en een even lange hobbelige busrit, waarvoor ik twee keer 50 cent kwijt was, op de boerderij aankwam, was de oude Anna in de keuken al volop in de weer met het braden van kippenpootjes en drjaniki, aardappelkoekjes. `Ach, mijn goeie!’ riep ze uit en toen ze me zag. Ze vroeg mij de Russische oliviyé-salade te maken, waarvan ik gelukkig het recept kende. Gekookte aardappelen, wortels en eieren, groene paprika’s, verse augurken uit de tuin en worst- dit alles in kleine blokjes gesneden wordt op smaak gebracht met ui en dille ten slotte overgoten met een hele pot mayonaise. Vervolgens krijg ik nog de opdracht om schalen met plakjes kaas, worst en zalm te snijden. Als alles op tafel klaarstaat wachten in haar kamer op de andere gasten.

De muren van Anna’s kamer zijn lang gleden met gebloemd behang bekleed. In een glazen kast staan door elkaar het mooie servies met gouden randjes, potjes met medicijnen en kleine iconen. Het ruikt er altijd zurig naar opgedroogd zweet in te lang niet gewassen kleding. Anna heeft haar enige mooie jurk gestreken en haar grijze haar netjes opzij gekamd. Haar slechte heup vastgrijpend laat ze zich zakken op een krukje en vraagt mij haar bh los te maken en haar rus te krabben met een haarborstel. Ze heeft de dag ervoor een traditionele behandeling met brandnetels gehad…

Als de waakhond aanslaat zien we buiten de zestigjarige Otto energiek uit zijn auto springen. Hij wordt gedwee gevolgd door twee meisjes van begin twintig, waarvan er één zijn vrouw blijkt te zijn. De meisjes vinden al snel hun weg in de keuken en snijden een meegebrachte watermeloen en nog wat verse augurken in hapklare stukken. We gaan aan tafel, brengen om de beurt een toast uit op Anna en eten tot we niet meer kunnen. Dan pakt Otto zijn gitaar en begint Russische romances te spelen die voor de eenzame afgeleefde boerin een waar geschenk zijn. Ze sluit haar betraande ogen en denkt vast terug aan de jaren op de kolchoz met haar overleden man…

Honger



Ik pas een middag op Siema, de dochter van Lena en Ilia, als één van de buurmeisjes komt vragen of we willen zwemmen. Het is een vreemd sprietig en zeer aanhankelijk meisje dat ik soms van me af moet schudden omdat ze dan mijn hand niet wil loslaten. Haar grote ogen hebben dezelfde holle en hongerige blik die ik heb gezien bij de kinderen in het weeshuis vlakbij Lezje. Ik vermoed dat het buurmeisje uit een slecht gezin komt en Lena bevestigt dit als ik er later naar vraag. Moeder en oma zijn aan de drank, vader is spoorloos verdwenen. Het meisje is verwaarloosd en asociaal. Van haar moeder krijgt ze blijkbaar vaak niet meer dan een zak snoep te eten. De kinderen in het weeshuis zijn veelal door alcoholistische ouders in de steek gelaten. Maar zij worden drie maal daags goed gevoed vanuit de grote gaarkeuken. Ze hebben echter allemaal een niet te stillen honger naar aandacht.


Siema, het buurmeisje en ik lopen langs de oever van de Neva naar een steiger tegenover de bootwerkplaats. We zwemmen er wel vaker, al moet ik zeggen dat ik roestkleurige water nooit helemaal vertrouw. Vandaag drijft er ook nog een grote olievlek tussen het riet. Ik wijs de meisjes erop maar zij zijn, onder leiding van het brutale buurmeisje, al zonder zwembandjes de rivier in gesprongen. Mijn gebrekkige Russisch maakt ze alleen maar aan het lachen, dus uiteindelijk trek ik ze boos de steiger op, waarbij de engelachtige Siema haar knie open schaaft. Gelukkig komt de moeder van Lena net langsgelopen met volle boodschappentassen en wordt de aandacht even afgeleid.


Lena’s zus Julia heeft in de gevangenis een zogenaamd `lang bezoek’ aangevraagd. Hun moeder zal twee dagen verblijven in een speciaal kamertje met keuken waar ze kan koken en haar jongste dochter eens goed in de watten kan leggen. Absoluut geen overbodige luxe in een instelling waar het menu uit voornamelijk rijst, aardappels en kool bestaat. De boodschappentassen puilen dan ook uit met vlees, zuivelproducten en verse groenten uit de moestuin. Ze vraagt ons nog een bakje frambozen te plukken. Ik doe er ook een Hollands kaasje bij dat ik als souvenir heb meegenomen.


’s Avonds komt er een telefoontje met goed nieuws. Het gaat beter met Julia, ze werkt, ze schrijft veel gedichten, ze heeft het hele kaasje opgegeten… De vader van haar jongste kind heeft weer contact gezocht en een baan als monteur gevonden in St Petersburg. Ik vertel Lena nog over het voorval bij de steiger. Siema krijgt meteen een uitbrander. Tegen mij zegt Lena: `Goed gedaan, maar soms moet je gewoon…’ en ze maakt met haar hand een slaande beweging. Ik mag dus een tik uitdelen als ik dat nodig acht! Wie niet horen wil moet maar voelen. En dat heeft zusje Julia nu wel begrepen…


Oppasna!

Ondanks het Cyrilische alfabet zijn bepaalde woorden in het Russisch gemakkelijk te herkennen. Tegenwoordig zijn de Russen bizznezzman (zakenman) of boechalter (boekhouder). In de scheepvaart zijn een groot aantal worden uit het Nederlands overgenomen door wijlen Peter de Grote, die in Nederland werd opgeleid. Woorden als `mast’, `vaarwater’ en `zwabber’ worden hier in verbasterde vorm nog steeds gebruikt.

Een woord waarvan ik me al tijden afvraag of het ook uit Nederland stamt is `oppasna’, dat gevaar betekent. In elk geval weet ik meteen dat ik moet oppassen als ik op een bordje met dat woord stuit. Maar gevaar zien de Russen niet in veel zaken. Ze zijn vandaag de dag misschien haast nuchterder dan de Nederlanders met hun rookpalen, blaastesten en openbaar drankverbod. Ik heb in Rusland al heel wat meegemaakt dat ik zeer `oppasna’ vond, maar waarbij de Russen zelf geen spier vertrokken. Auto’s zonder veiligheidsgordels die met zijn drieën naast elkaar over een tweebaans snelweg vol gaten scheuren, kinderen die in het vliegtuig op schoot worden gezet omdat er te weinig plaatsen zijn en Lena die me gisteren nog vroeg: `Ruik je nog wijn in mijn adem? Nee? Dan gaan we met de auto!’ Tien jaar geleden heb ik meegemaakt dat er na een mislukte inhaalactie vanuit de auto voor ons een pistool op ons werd gericht. Ik bukte instinctief, maar mijn vrienden- die het een goede grap vonden- barstten in lachen uit.

Een lift accepteren is in Rusland daarentegen meestal `bisoppasna’ (ongevaarlijk), iedereen doet het namelijk. Bijna iedere chauffeur speelt wel eens illegaal voor taxi en bijna iedere Rus houdt om geld te besparen wel eens zo’n zwarte taxi aan. Maar op een dag heb ik nog meer geluk. De buschauffeur uit het dorp Lezje had aan mijn accent gehoord dat ik een buitenlandse gast was en liet me vanaf die dag gratis meerijden. Als de verbindende bus naar Otradnoe meer dan een half uur op zich laat wachten heeft hij een lift voor me geregeld, die ik rustig aanneem. Het is een Mercedes met tijgerbont bekleding op de stoelen, een gezette jongen in trainingspak en een meisje met uitgegroeid peroxideblond kapsel voorin. Ze staan erop me tot aan de voordeur te brengen. `Sto djelat…’ glimlachen ze, `de bus rijdt blijkbaar niet; wat doe je eraan...’ De Russen gebruiken deze gevleugelde uitdrukking voor alles wat misgaat. Een waakhond die je aanvliegt, een huis dat in de fik vliegt, kleding die verkeerd gewassen is…

Voor alles wat toch misgaat hebben de Russen verassend simpele oplossingen. De volgende dag zie ik in het ochtendmagazine op televisie een dokter die uitweidt over een spontane bloedneus. In het demonstratiefilmpje zien we twee vrouwen waarvan er één opeens met pijnlijk gezicht naar haar neus grijpt. De ander haalt een klosje garen uit een ladekastje en bindt haar daarmee de ring- en middelvinger af. Opgelost.

Gedachtengangen

Nu er zoiets bestaat als Oostindisch doof, zou ik hier graag de term Russisch blind willen introduceren. Het is me opgevallen dat Russen onverstoord met een dromerige blik voor zich uit kunnen staren, schijnbaar zonder te zien wat zich om hen heen afspeelt. Nu moet je in Rusland ook vaak lang wachten, op de bus, op een ambtenaar of op een afspraak met een ander. De Russen lijken zich in zo’n geval te verplaatsen naar een andere wereld, die zich ergens in hun hoofd bevindt. Wel worden er al starend nog oppervlakkige gesprekjes gevoerd, en ik ben me al een paar keer lam geschrokken als een langs mij heen starende Rus opeens begon te praten.

Vandaag ga ik met de bus naar de stad. Een conductrice met een slecht permanent en een rol kaartje om haar nek neemt starend mijn roebels in ontvangst. Voorin de bus is nog een plaats vrij, met de rug naar de chauffeur. Zo kan ik de hele bus overzien en de mijmenrende gezichten tegenover me rustig bekijken. Met de Russische gitaarmuziek van de buschauffeur op de achtergrond bedenk ik me waarom ik zoveel van dit land hou: het zijn de Russen zelf. Een uit de kluiten gewassen boer met opgerolde mouwen en een gekrulde snor op zijn gebruinde gezicht. Een oud vrouwtje wiens scheve bril met stukjes blauwe tape aan elkaar hangt. Een vrouw van middelbare leeftijd op rubber laarzen met een enorme watermeloen op schoot. Een meisje met een fluoriserend groen jasje en afgekloven roze nagels. Twee jongens die in een zware alcoholwalm op elkanders schouder in slaap vallen.

We zijn aangekomen bij het metrostation. De twee jongens worden ruw wakker geschud door de conductrice. Bij de ingang verkopen gepensioneerde vrouwtjes kleine boeketjes korenbloemen uit eigen tuin. Een oneindig lange roltrap voert ons de diepe stoffige gangen van de metro in. Het Russische metrosysteem is een van de betere op aarde, aangelegd ten tijde van het communisme. Ik heb ooit horen zeggen dat het vastzetten van elke schroef als een socialistische daad is beschouwd. En inderdaad is het metronet een van de meest dankbare erfenissen van het oude regime. Het bereikt vrijwel alle uithoeken van de stad. Op de lange afstanden wordt in de schuddende wagons ook heel wat afgestaard. Iedere Rus lijkt zich al te bevinden op bestemmingen elders in de stad. Een Nederlandse vriend van me noemde het metrostelsel ooit de gedachtengangen van St Peterburg. Een treffende omschrijving.

Ga met God

De Russische kerk lijkt een vrij ontspannen houding te hebben tegenover zaken als alcohol en sex. Als ik op een avond laat in de kerk van Vader Viachslav aankom zijn daar een aantal vrouwen bezig met het bevestigen van sierraden op iconen, van de kerkgangers die op vakantie zijn. Het loopt al tegen twaalven als we nog een maaltijd delen, waarbij ook rode wijn en wodka niet ontbreken. De Vader verontschuldigd zich waarachtig tegenover mij dat hij nog moet rijden en dus niet met ons kan toasten. Thuis trekt hij echter nog een fles wijn open, die tot op de bodem leeg gaat. Zijn vrouw heeft voor mij het bed van hun jongste dochter opgedekt. Ortodoxe priesters kunnen dus ook trouwen. Weliswaar mag dit maar één keer, moet de beslissing vóór de benoeming tot priester genomen worden, en kunnen alleen priesters die celibatair in het klooster leven de hoogste rang van Patriarch behalen. De Vader heeft dus gekozen voor het wereldse leven. Hij heeft drie dochters, luistert graag naar rock ’n roll en rijdt motor. Op die manier hoopt hij ook voor jongeren een positief voorbeeld te zijn. Al verzucht hij melancholisch dat hij geen films en concerten meer bezoekt sinds hij in rang gestegen is en op straat in St Petersburg als priester herkend wordt…

Ook voorbehoedsmiddelen zijn door de Orthodoxe kerk niet verboden. `Blokad’ heeft Lena me eens verteld `is allowed. But when mix, it’s not allowed. After mix it’s people, you understand?’ Ze bedoelde hiermee te zeggen dat alle middelen die bewust zwangerschap voorkomen, zoals condooms, de pil en het spiraaltje, zijn toegestaan. Abortus is verboden, evenals de morning after pil en `voor het zingen de kerk uit gaan’. Lena lachte om het Nederlandse gezegde en verduidelijkte in haar aandoenlijk gebrekkige Engels: `When men lay the water outside woman, it’s also not allowed’.

Homoseksualiteit is wel een hekel punt binnen de Orthodoxe kerk. Zowel Lena als de Vader zijn onvermurwbaar in hun opvatting dat het om die reden helemaal mis zal gaan in West Europa: Het afbrokkelen van de Christelijke principes en het uiteindelijke leeglopen van de kerk hebben volgens de Russen van Europa een vrijzone gemaakt waar nu bijvoorbeeld de Islam vrij spel heeft. Meewarig wordt ik aangekeken als ik vertel dat de Moslims in Nederland waarschijnlijk getrouwer de moskee bezoeken dan de Nederlanders de kerk. Toch moet ook Lena toegeven dat, hoewel zo’n 90 procent van de Russen zichzelf als gelovig beschouwd, maar tien procent daadwerkelijk regelmatig naar de kerk gaat. `Je zou eigenlijk eens per jaar naar Rusland moeten komen om een priester te zien’ raadt ze mij ten slotte aan. Ze lijkt blij te zijn dat ik als heideloze individualistische Europeaan mijn weg naar Rusland heb gevonden.

Fortuna

Vandaag is het de naamdag van Ilia, en dus wederom reden voor een feestje. Behalve verjaardagen vieren de Russen ook de dag hoort bij de heilige waarvan zijn of haar naam is afgeleidt. Op de barbecue wordt shashlik geroosterd en de rode wijn vloeit rijkelijk. Ik maak vanavond kennis met nog meer vrienden van Ilia. Zo is daar Olga, een gezette Russin wiens borsten- waartussen natuurlijk een Orthodox kruisje bungelt- bijna uit haar decolleté rollen. Ze is zo imposant dat zelfs de stoere Pasja instinctief achteruit deinst als de luidruchtig op hem afstuift om hem te begroeten. Tegen mij gilt ze `Maar waarom ben jij zó’ terwijl ze met haar handen de omvang van onze tailles vergelijkt `en ik zó? Kom, geef dat meisje eens wat vlees op haar bord.’ De shashlik smaakt goed, `Heerlijk’ complimenteer ik Ilia. `Ach, zo ben ik nu eenmaal’ grapt hij.

Enkele glazen wijn later zit de stemming er goed in en vliegen de dubbelzinnige grapjes over tafel. Tatjana heeft bijvoorbeeld een treinkaartje nodig en Oleg zegt dat het via internet te regelen is. `Kom anders even mee, ik heb internet dan zoeken we het uit’ zegt hij met een dubbelzinnig knipoogje. `Maar ik heb ook internet thuis’ protesteert Ilia. Ik heb inmiddels in de gaten dat de preutse Russen het hardst lachen om dit soort suggestieve grappen en voeg eraan toe: `Bij Oleg is het beter, ik kan het weten, toch Oleg?’ Er wordt inderdaad hard gelachen.

Ik vraag de meisjes welke muziek op dit moment populair is in Rusland en ze besluiten me mee uit dansen te nemen. In het stadje Otradnoe is slechts één nachtclub, Fortuna, gevestigd in een bakstenen gebouw met een groot communistisch mozaïek op de voorgevel. We hebben, zoals dat hier hoort, een tafeltje gereserveerd en krijgen menukaarten met drank en hapjes gepresenteerd. De Russen zijn dol op in mayonaise gedrenkte salades, maar voor vanavond besluiten we het bij drank te houden. Olga heeft al luidruchtig de aandacht van de serveerster getrokken. `Meisje! Eén cocktail en driehonderd gram wodka alsjeblieft!’ Ook al zoiets typisch is dat een hoeveelheid wodka altijd in grammen wordt aangeduid.

De DJ bevindt zich op een verhoging boven de dansvloer die door triplex kasteeltorens wordt geflankeerd. Olga beklimt de ladder in één van de torens met een 50 roebelbriefje tussen haar borsten geperst om mijn favoriete liedje Krosjka maja (mijn kruimeltje) aan te vragen. We dansen wild tussen de andere meisjes wiens hakken zo hoog zijn dat ze slechts bescheiden stapjes kunnen maken. Het bescheiden aantal mannen in de club blijft liever vanaf de kant toekijken. Maar als er daarna een balad wordt ingezet stromen de paartjes de dansvloer op en wordt er ouderwets geschuifeld. De DJ pakt de microfoon om het nummer af te kondigen. Er wordt beleefd geapplaudisseerd.

Kerk



Als ik kom aanlopen tussen de betonnen flats in het centrum van Otradnoe worden juist de klokken van de kerk geluid voor de zondagsdienst. Ik knoop een hoofddoek om en sla een kruis voor het naar binnengaan om niet meteen al uit de toon te vallen. Binnen heeft zich al een enkele man en een groep oude vrouwtjes verzameld. Velen zijn slecht ter been en leunen zwaar op een wandelstok. Ik zie zelfs een oudje waarbij het rechterbeen bij de knie in een hoek van 45 graden naar binnen knikt, het is ronduit verbijsterend dat ze nog kan lopen. Ook zijn er vandaag opvallend veel moeders met kleine kinderen op de arm, waarvan vooral de meisjes er in hun jurkjes en hoofddoekjes schattig uitzien. In afwachting van de priester lopen zij de kerk rond, steken wassen kaarsjes aan en kussen de verschillende iconen aan de muur. Allen bekruisigen zich veelvuldig.


Omdat het gebouw oorspronkelijk een andere functie heeft gehad zijn alle kerkelijke attributen er pas later in aangebracht: de iconen langs de wanden, de grote gouden kandelaars en het houten wandje dat de kerk scheidt van de geweide ruimte erachter. In het plafond branden een aantal tl-buizen in verschillende tinten, een paar ontbreken er compleet. Ik ben precies op tijd. De priester, vader Vasiliev, zet zojuist de deurtjes in het midden van de afscheidingswand open en groet de toegestroomde kerkgangers, die in een beweging voor hem buigen als een korenveld waar de wind doorheen gaat. Enkele oudjes kussen zelfs op hun knieën de grond. Het vrouwtje met het geknikte been wordt door haar buurvrouw zuchtend en steunend overeind geholpen.


Vader Vasiliev begint aan een omslachtig ritueel waarbij een groot kruis en twee met goud beslagen boeken verschillende malen worden gekust en rond het altaar gedragen. Hij wordt geholpen door een puber die als taak heeft op bepaalde momenten een grote brandende kaars en een vaatje wierrook van de geweide ruimte in de kerk te brengen en weer dan terug. Het is een chagrijnig kijkende blonde jongen die op zijn Nikes achter de priester aansloft. Het koor bestaat in dit kleine lokale kerkje uit slechts drie vrouwen, die toch een hemels klinkend gezang weten voort te brengen. Steeds als het woord God valt slaat iedereen een kruis en buigt, de fanatieke oudjes gaan hierbij steeds met verkrampte gezichten op de knieën. Tot besluit van de ruim twee uur durende dienst krijgen de moeders en kinderen met een gouden lepel uit een gouden beker het een of ander op hun tong gelegd. Dan is er thee moet koekjes voor iedereen. Ik ben inmiddels herkend door de dirigente van het koortje; met een engelachtige glimlach leidt ze me naar de tafel en lispelt: Drink! Eet! Prijs de heer!

Datsja

Het grootste deel van Rusland bestaat nog uit echte natuur. En dan bedoel ik dus natuurlijk aangegroeide bossen waarin de berken niet in kaarsrechte rijtjes staan, en weiden met hoog gras en wilde bloemen in allerlei kleuren en maten. Als je op een deken in zo’n veld gaat liggen gonzen er tientallen insecten om je heen, ik heb er al veel zien vliegen waarvan ik het bestaan niet eens kende. Ook in het gras kruipt en sprint van alles rond, kikkertjes, sprinkhanen, felgekleurde torretjes en nog veel meer beestjes die je in Nederland waarschijnlijk alleen op de plank in de bibliotheek kunt vinden.

In iedere Rus schuilt een boer. Zelfs de Russen die in de stad wonen hebben vaak een datsja op het platte land. Zodra men daar aankomt gaan de hoge hakken uit en de rubber laarzen aan. De Russen weten aldus nog heel goed waar ze vandaan komen. De rollen zijn onmiddellijk weer traditioneel verdeeld. De mannen hakkenhout voor de banja, de vrouwen plukken bessen en wassen aardappels voor het avondeten.

Stromend water is er zelden, dat wordt gehaald uit een put of bron in de buurt. In de keuken hangt boven de gootsteen een emmer met een palletje eronder, dat water doorlaat als je er tegenaan duwt. Vaak hangt er de zurige geur van het één of ander dat in grote wekpotten in de vensterbank staat te gisten. Op het vuur pruttelt een grote pan met vleesafval en etensresten voor de waakhond buiten aan de ketting.

Anna Dmitriovna wijst me er op een dag op dat er geen drinkwater meer in de keuken is. Regenwater, waarmee we afwassen en schoonmaken, is er nog voldoende. Ik neem dus de grote jerrycan en een oud onderstel van een kinderwagen en loop naar de gezegende bron bij de kerk om zo’n tien liter water aan te vullen. Als ik terugkom met het karretje en de jerrycan eraf wil tillen begint Anna vanaf haar bankje in de moestuin ineens naar me te schreeuwen `Wat denk jij te gaan doen? Zet neer! Laat dat! Je bent toch niet alleen geweest?’ `Natuurlijk’ zeg ik. `Natuurlijk…’ briest ze `Zet neer! Slava, waar ben je? Breng dat water eens naar de keuken.’ Slava komt aangesloft en sleept de jerrycan aan een pezige arm naar de voordeur. Ondertussen ben ik naast de oude vrouw gaan zitten en vraag haar `Anna, jij tilt toch ook alles zelf, wat is er mis mee?’ Anna strijkt door mijn haren en schudt haar hoofd. `Nee, nee. Jij hebt nog tijd genoeg om te worden zoals ik. Eerst moet je nog mooi zijn, lief meisje. Jij moet nog dansen gaan, en kindertjes krijgen.’

De grove toon waarop ze me eerder terechtwees is ook een typisch plattelandsverschijnsel. Slava, die alweer buiten staat, schreeuwt: `Ach mens, jij lijkt de paus wel!’ `Psychisch geval!’ gilt ze terug. Dan barsten we gedrieën in lachen uit.

Friedhof

Achter de iconen van de kerk van Lezje steekt een bijzonder verhaal. Ze hebben een opvallend naïeve stijl en zijn geschilderd door een oorlogsveteraan die in de oorlog zo zwaar verwond raakte dat hij verder is vrijgesteld van militaire dienst. Met zijn wapens nog om de schouders klopte hij vervolgens bij een klooster aan. `Maar is er dan een oorlog uitgebroken?’ vroegen de monniken die hun leven lang binnen de kloostermuren hadden gewoond. De veteraan vertelde van alle verschrikkingen in het veld. `Wel, laten we gaan thee drinken’ was de stoïcijnse reactie van de kloosterlingen…

De Russische kerk in Lezje is bij wijze van herdenkingsmonument met Duitse gelden gerestaureerd. In ruil daarvoor hebben de Duitsers ernaast een kerkhof voor alle opgegraven Duiste soldaten mogen aanleggen. Het is een strak aangeharkt parkje met enkele formaties gedenkstenen, dat bij het rommelige Russische boerendorpje zeer vreemd afsteekt. De Russische Duitse Lina is er echter niet weg te slaan. Overal in Lezje voelt het kleine altijd zwart geklede vrouwtje nog de soldatenzielen rondwaren. `Alles,’ zegt ze `ik verzamel praktisch alles wat met de veldslag hier te maken heeft.’ Als ze me verhalen over de slag bij Lezje verteld rollen haar ogen in hun kassen en begint ze te stotteren in haar haast om alles uit de doeken te doen. `De machthebbers waren de hoofdschuldigen’ hakkelt ze `niet de soldaten. Die hebben alleen hun plicht vervuld.’

Zelf is ze opgegroeid in een strafkamp in Syberie. Haar Duitse vader heeft de oorlog niet overleefd, haar moeder is later in het strafkamp overleden. De kleine Lina werd door een fatsoenlijk communistisch gezin geadopteerd. Op negenjarige leeftijd werd ze echter opstandig. `Ik ben een Duitste’ zei ze als ze berispt werd `Ik luister niet naar communisten.’ Ze schreef zelfs een brief naar een radiostation waarin ze het Russische regime afkraakte en kinderlijk boos verklaarde dat ze lekker toch naar Duitsland zou verhuizen. Dat trok de aandacht van de geheime dienst. Lina werd nooit gearresteerd maar is de rest van haar jeugd en studententijd scherp in de gaten gehouden.

Nu komt ze vaak in Lezje, het vroegere slagveld van de twee volkeren waaruit ze geboren werd. Als we op een avond met een fles Moldavische kloosterwijn van het winkeltje naar huis lopen begint ze ineens hardop te lachen. `Dit heb ik nog nooit iemand verteld’ begint ze `Maar vorig jaar ben ik iedere avond met een fles wijn naar het kerkhof gegaan. Ik zat daar dan te bidden en drinken en wat te praten met de soldaten. Ik slecht bij stem maar soms zong ik ook `Soldatenlieder’. Duizenden hebben hier hun bloed vergoten, dat voelt men gewoon, dat vòelt men. Ik heb `doch immer’ het gevoel dat ik hier niet alleen ben.’

Vervoering

Ik blijf vinden dat één van de meest fascinerende aspecten van de Russische samenleving het vervoer is. Het lijkt namelijk alsof de Russen op dit gebied geen enkele angst kennen, of simpelweg geen gevaar wìllen zien. Ik ken maar heel weinig Russen die in de auto een veiligheidsgordel dragen, tenzij een controlepost van de politie gepasseerd wordt- dan hangen ze ‘m voor de vorm even om. Ook kinderen laat men rustig spelen op de achterbank zoals nu Jaroslav van 8 die met zijn plastic robots tekenfilm gevechten naspeelt. Ik weet nog dat toen hij een baby was en ik voorin de Mercedes van zijn ouders zat, men hem in een rompertje bij me op schoot zette. Ik kon het beeld maar niet van me afzetten hoe hij uit mijn handen door de vooruit zou vliegen als we een botsing zouden krijgen.

Vandaag zijn we onderweg naar een meer in de bossen om te gaan zwemmen. Families spreiden op de open plekken patchwork dekens uit en verzamelen afgebroken takken voor vuurtjes waarop worstjes en shashlik worden geroosterd. Ook wij zoeken een plekje tussen de zwartgeblakerde kringen van oude vuurtjes en bergjes achtergelaten afval. De lucht is gevuld met het gedempte geluid van autoradio’s, spelende kinderen en vrouwen die kreetjes slaken als ze het koude water van het meer ingaan. Op ons kleedje verorberen we een hele watermeloen en spelen het kaartspel doerak (idioot). Maar het duurt niet lang voor dit zomerse geroezemoes wreed wordt verstoord… Een aantal mannen in camouflage outfits is aan de overkant bezig twee jetski’s te water te laten. Algauw scheuren ze over het meer, tussen de zwemmende mensen. Twee meisjes peddelen op een luchtbed zo dicht mogelijk naar de waterscooters toe en gillen naar de mannen dat ze meer golven moeten maken. De macho’s geven daaraan natuurlijk graag gehoor en racen steeds rakelings langs het blauwe luchtbedje. Ook dit keer lijk ik de enige te zijn die bijna wacht op een ongeluk. Ik begin me ineens te beseffen dat de overvloed aan Nederlandse verkeersregels me eigenlijk alleen maar banger heeft gemaakt.

Tegen de avond zetten Alla en Oleg me op de trein terug naar de boerderij in Lezje. `Dag tante!’ roept Jaroslav en hij zwaait tot de auto om de hoek van de straat verdwijnt. Diverse verkopers zijn ook de trein ingestapt. Er is een vrouw van middelbare leeftijd die op een luide vlakke toon verkondigd wat ze in de loodzware tas bij zich heeft: eigengemaakte jam, chips, cola en ijs. Een energieke man met grijs haar deelt hier en daar stapels illegaal gekopieerde dvd’s uit die hij na vijf minuten zonder iets te zeggen weer ophaalt. Een man met Aziatisch uiterlijk staat aan de andere kant van de wagon van alles uit te vouwen: theedoeken, nachtjaponnen en plastic posters met kitscherige taferelen. Aangekomen in Mga loop ik richting de officiële spoorwegovergang, maar als ik achterom kijk zie ik dat de meeste mensen achter de vertrekkende trein gewoon vanaf het perron het spoor opspringen om over te steken…

Slava



Op de boerderij die hoort bij de kerk helpt Slava, een man van 58, de boerin met het zware werk. `Het lot’ zegt hij, heeft hem naar Lezje gebracht. Later blijkt dat het de priester zelf was, die hem vroeg te blijven toen hij met zijn moeder de pas gerestaureerde kerk bezocht. Slava woonde toen nog in het Oerol gebergte en was een weekje op bezoek bij zijn moeder in St Petersburg. Op een avond steekt hij in de boerderij de open haard aan en begint bij het vuur te vertellen over zijn jeugd in Oerol:


`We hadden het daar goed in de jaren 50. Toen ik een jaar of zes was belegde mijn moeder onze boterhammen royaal met roomboter en kaviaar. Wel deelden we met zijn zessen een kamer, onze tante en haar zoons woonden bij ons in. De jonge Slava ging geschiedenis studeren en deed veel aan sport. De meisjes lagen aan zijn voeten, de beste tijd van zijn leven, zegt hij met een dromerige blik. Slava won als semi-professional veel prijzen in langlauf competities. Op een gegeven moment werd hij van school getrapt omdat hij altijd aan het skiën was. `Geeft niets,’ zegt Slava, de Geschiedenisfaculteit was toch één grote propagandamachine. Hij begon zijn geld te verdienen met langlauf kampioenschappen in Moskou en het Oerol gebergte. Op 27 jarige leeftijd moest hij echter een operatie aan zijn meniscus ondergaan. Tegenwoordig worden sporters voor een dergelijke operatie naar Duitsland gevlogen, maar ten tijde van het communisme was daar natuurlijk geen sprake van. De operatie mislukte, en Slava heeft tot op de dag van vandaag nog klachten. Hij gromt: `Ze zouden alle Russische artsen een kogel door de kop moeten jagen.’


De Perestrojka zorgde voor een grote omwenteling in de geschiedenis. `Toen,’ zegt Slava `werd het leven pas echt interessant.’ Hij begon een handeltje in chocola, drank en sigaretten en leidde het turbulente leven dat voor de Russen al die jaren ontoegankelijk was. Hij ging naar films, het theater en kocht wat hij maar wilde.


`Maar wat moet een man van mijn leeftijd nog interesseren’ zucht hij opeens melancholisch. `De vrouwen kunnen naakt voor me staan springen. Ete mnje pofic- het zal me een worst zijn.’ Als ik naar zijn eigen vrouw vraag verteld hij dat ze op 48 jarige leeftijd aan kanker is gestorven. `Het kan best zijn dat ik daardoor een beetje neerslachtig ben geworden.’ Ik vraag wat hem dan nog gelukkig maakt. `Ach, voetbal, een biertje… Verder mis ik niets of niemand. Op mij leeftijd heb je niets meer nodig. En het kerkhof is hier al om de hoek.’ Op Russische graven staat vaak een klein tafeltje waaraan met met de dode een glaasje drinkt. `Beloof je dat je me daar komt opzoeken met bloemen en een biertje?’ Ik beloof het.


Mc Petersburg



Steeds opnieuw ben ik betoverd door het prachtige licht in de stad St Petersburg. Het is net alsof hier, zo dicht bij de Noordpool, de zon helderder straalt en de luchten blauwer zijn. Het centrum van St Petersburg bestaat voornamelijk uit classicistische gebouwen die, geverfd in zachte pasteltinten het zonlicht genadeloos terugkaatsen. Midden door de stad loopt de rivier de Neva, waar men graag langs de kade flaneert. Matrozen in opleiding die op verlof zijn lopen in volledig uniform aan de arm van hun trotse moedertjes door het centrum. Groepjes soldaten, ook in uniform, marcheren in formatie over de pleinen. Aan de rand van de vele stadsparken staan potige boeren met aapjes, roofvogels of berenwelpjes op de arm, waarmee men zich lachend laat fotograferen. Het is soms werkelijk alsof je in een roman van één van de oude meesters rondwandelt.


Maar natuurlijk zijn ook in St Petersburg nieuwe tijden aangebroken. Een plaats waar ik graag lunch is de Mc Donalds in een zijstraat van Nevski Prospect. Niet vanwege het eten natuurlijk, maar vanwege de zonderlinge moderne Russen die je er aantreft. Eerst zit ik naast een in het zwart geklede jongen met een grote tatoeage in zijn nek wiens gezicht op alle mogelijke plaatsen is gepierced. Tegenover ons zit een Russische toeriste met een duizelingwekkend laag decolleté, opgeblazen geverfde lippen en lang krullend haar waarop ze scheef een matrozenpetje heeft gezet. Een meisje met kaalgeschoren hoofd vraagt of ze nog naast me kan zitten. Ik schuif op. Even later komt haar vriendin, ook met kaal hoofd, aangelopen met een blad met burgers en frietjes. Als ze gaat zitten zie ik opeens dat beiden een regenboog oorbel in één oor dragen. `Your girlfriend?’ vraag ik. `Yes’ antwoord het meisje aangenaam verbaasd `How do you know?’. Ik vertel dat ik uit Amsterdam kom en homostellen daar de normaalste zaak van de wereld zijn. Hier niet, zegt het meisje, “They don’t understand”. De verhalen over de moeizaam verlopende Gayparade in Moskou zijn natuurlijk algemeen bekend. Het andere meisje verteld dat de politiek het evenement totaal niet serieus neemt. Toen de aanvraag voor de parade binnenkwam, schijnt een van de ministers te hebben voorgesteld het te laten samenvallen met de Dag van de VDV- Parachutisteneenheid, de meest meedogenloze soldaten in het Russische leger. Hij vond het zelf een erg goede grap.


Ik neem afscheid van het stelletje en wandel verder langs Nevski Prospekt. Het valt me op dat voor alle toeristische trips een boottochtjes in het- voor de meeste toeristen onleesbare- Russisch wordt geadverteerd. Een welwillender houding zou het verwesterlijken absoluut bespoedigen, maar het is de vraag of Rusland wel wil…


Typisch

Hoe zijn de Russen te typeren? De vrouwen, weliswaar met bleke pukkelige gezichten, zijn altijd elegant, opgemaakt, geverfd haar en op hoge hakken. De meeste mannen zijn te omschrijven als onbehouwen macho’s, met vooruitstekende kin en een grove manieren. Het tweede type man is hiervan de tegenpool; intelligent, maar bleek, mager en ziekelijk zwak.

Mijn beste vrienden hier, drie getrouwde stellen, verschillen duidelijk van elkaar. Lena en Ilia, mijn gastheer en –vrouw, zijn het meest traditioneel ingesteld. Ze hebben al hun geld gestoken in het kopen van een `echt huis’, zijn plichtsgetrouwe en vooraanstaande leden van de kerk en doen de dingen graag `zoals het hoort’. Zo houden zij de mannen- en vrouwen taken in huis strikt gescheiden, wat betekent dat Lena kookt, maar Ilia wordt geroepen om de zware pannen te komen afgieten. Mijn verblijf is door hen tot in de puntjes verzorgd en uitgestippeld. Als ik op een middag een flink stuk ga wandelen wordt ik al snel gebeld door Ilia met de mededeling dat hij me met de auto komt halen, omdat hij het hele eind teruglopen te ver voor me vindt. Lena schept thuis net op van een Armeense stoofschotel en levert meteen commentaar als ik er smetana (een soort zure room) bij wil eten. Ook wit brood (baton) mag ik er niet bij eten, want bij dergelijke gerechten hoort gleb (donker of `zwart’ brood). Ilia verjaagd met een hoofdknikje zijn dochter van de luie stoel voor de tv, zakt daarin onderuit en wordt vervolgens bediend met stoofschotel en bier.

De andere twee stellen, Pavel en Julia en Ala en Oleg, bewonen krappe communistische flatjes in het centrum van Otradnoe. Ala en Oleg zijn de materialisten van het stel. Ze hebben beiden een goed betaalde baan en hoewel hun flatje slecht een krappe 60m2 meet, staan er twee grote flatscreens, drie computers en een enorme verzameling dvd’s in uitgestald. Sinds ze een zoon hebben is het appartement nog krapper bemeten en slapen ze zelf op een uitklapbaar bed dat ’s avonds achter een grote spiegelwand in de woonkamer te voorschijn komt.

Pavel en Julia zou je misschien de idealisten kunnen noemen. Pavel is bezig priester te worden en brengt veel tijd door in de kerk. Julia is kleuterjuf, slecht betaald werk dat ze echter met veel liefde doet. Het grootste probleem in dit gezin zijn de financiën. Vanwege Pavels positie in de kerk hebben ze goedkoop een flatje kunnen huren, maar ze slapen in een kamer met hun vierjarige dochter en durven voorlopig niet aan meer kinderen te beginnen. “Life… it’s not a celebration every day”, verzucht Julia dan melancholisch.

Kollectiv

Ook al zijn kolchoz en sovchoz inmiddels historische begrippen geworden, op het Russische platteland wordt nog steeds collectief gewerkt. Zijn de frambozen rijp, dan lijkt het alsof iedereen op dezelfde dag met email emmertjes tussen de stekelige takken staat te plukken. Alle buren graven in dezelfde week hun aardappels uit en begin september trekken alle families op dezelfde mooie herfstdag het bos in om paddestoelen te zoeken. Ook nemen de Russen nemen met een oneindige vanzelfsprekendheid de zorg voor hun gasten op zich, zodat het af en toe moeilijk valt je niet bezwaard te voelen. Maar ondertussen heb ik in de gaten dat men hier nu eenmaal afhankelijk van elkaar is en dat feit volledig heeft accepteert. Russen die om de een of andere reden van huis zijn worden vaak opgevangen door vrienden of familie, maar evengoed door vage kennissen als die toevallig de enige bekenden zijn in dat district. Of het nu is omdat de gast voor een studie komt, of omdat hij wegens onhandelbare drankproblemen uit zijn eigen huis verjaagd is. Altijd staat ergens wel een divan klaar, een paar pantoffels en een bord soep. Ook al is de ontvangst dan minder hartelijk, slapen en eten zul je als gast.

Ik wist uit ervaring dus dat ik de planning van mijn eigen reis beter uit handen kon geven. Ik zou verblijven bij vrienden en aldus vanzelf worden opgenomen in hùn planning. En wat is nu een betere manier om het land te leren kennen dan met de Russen zelf?

`Tonight we will prepare ze banja’ kondigt mijn gastvrouw Lena de derde avond aan. De banja is een houten badhuisje dat bijna iedere Rus die op het platteland woont in de achtertuin heeft staan. Wekelijks wordt het metalen kacheltje erin hoog opgestookt en vindt een collectief badritueel plaats waarbij men elkaar de rug schobt en gezellig in het stomende hokje zit te kletsen. De mannen eerst, daarna de vrouwen. Ook zijn er `vjeniks’, samengebonden bosjes berken-, eiken- of naaldboomtwijgen die in heet water liggen te wachten en een heerlijk frisse geur verspreiden. Met deze `vjeniks’ geeft men elkaar een flinke afranseling die de bloedsomloop versneld en de hartslag doet stijgen.

Als ik met de vrouwen zwetend de banja uitkom lopen de mannen al met rode hoofden rond de tuintafel met een biertje in de hand. Pavel en Oleg blazen juist de barbecue aan. Ilia legt gevulde courgettes op het grillijzer. Op tafel ligt een net vol gedroogde zoute visjes, zo uit de Neva, die we alvast staand ontvellen en afkluiven. In alle haast zijn bij Ikea nog een paar extra stoelen gekocht die de mannen in elkaar beginnen te zetten. Omdat het niet erg goed wil lukken krijgen ze tussendoor steeds hun bier en visjes aangereikt. `Russian Ikea’ grap ik, en de Russen lachen haast nog harder dan ik om het hele schouwspel. Tot slot snijden we gezamenlijk een grote watermeloen aan een proosten met een glaasje wodka. `Op de banja! Op goed eten! Op goede vrienden!’

Wee en wee

De boerderij in Lezje waar ik verblijf is bezit van de kerk en wordt als zodanig ook gezien als toevluchtsoord voor allerlei `uitgestotenen’ der maatschappij. De priester die hier de scepter zwaait ziet het als zijn sociale verplichting om zwervers, alcoholisten en ex-gevangenen op te nemen, en heeft de vaak ijdele hoop dat zij in de landelijke omgeving zichzelf zullen hervinden. Op dit moment zijn behalve de boerin Anna Dmitriovna nog drie anderen in Lezje neergestreken. Slava, een man van middelbare leeftijd, Vera, een alleenstaande vrouw die de leiding heeft over de renovatie werkzaamheden aan de plaatselijke kerk en Lina, een `Russische Duitse’ zoals ze het zelf het liefst verwoordt. Vera vertrekt iedere morgen al vroeg naar de kerk en dan komt ’s avonds terug met en gemene hoest vanwege de bedompte vochtigheid daarbinnen. Slava houdt zich bezig met kleine klusjes in en om de boerderij en vraagt ieder uur of ik niet al een biertje met hem wil drinken.

Met Lina, die ook Duits spreekt, heb ik dagelijks lange gesprekken over de Tweede Wereldoorlog en het Orthodoxe geloof. Ze verteld en vertaald voor me wat er de afgelopen tien jaar zoal op de boerderij is voorgevallen. Zo vertelde Anna Dmitriovna dat ze de afgelopen winter is lastiggevallen door een stel alcoholisten uit het dorp. `Geef ons je vilten laarzen’ schreeuwden ze `Anders zullen we je ervan langs geven, oud wijf’. Anna had ondanks haar slechte gesteldheid geen krimp gegeven. Ze pakte een stuk brandhout van de veranda en zwaaide er kordaat mee in de lucht terwijl ze riep: `Wegwezen, tuig, of ik roep de politie erbij!’. Zo gezegd, zo gedaan. De politie kwam en knuppelde de mannen het ziekenhuis in. `Wat moest ik anders?’ vraagt Anna bijna verontschuldigend. De vroegere buurman, Jura, ook een zware alcoholist, is drie jaar geleden op een vuilnisbelt bevroren terwijl hij op zoek was naar eten.

De priester heeft vervolgens een geestelijk gestoorde vrouw in het lege huis geïnstalleerd die eveneens aan de drank ging en met de Oezbeekse renovatiearbeiders het bed in dook. De laatste poging was een nogal teruggetrokken vrouw, waarvan Anna vermoedde dat zij een heks was. `Ik weet niet of je daarin geloofd’ begint Lina. Maar volgens de verhalen van Anna Dmitriovna is zij meerdere malen door deze vrouw bedreigd en vervolgens ziek geworden. Een zeldzame bloedvergiftiging. De dokter raadde haar aan de priester te raadplegen omdat hijzelf niets meer voor haar kon doen. `Misschien was het mijn eigen schuld’ zegt Anna `Ik had me niet van God af moeten wenden, zoals al die anderen.’

Stad & Land

De Russen vragen me vaak wat ik van China vond en hoe China zich verhoudt tot Rusland, vooruitgangs-gewijs. Het is op Russische feestjes één van de favoriete gespreksonderwerpen. Beide landen hebben natuurlijk een communistisch verleden maar gaan heel verschillend met deze erfenis om. China eert haar verleden maar maakt tegelijkertijd technologische reuzenstappen naar de toekomst. In Rusland wordt de communistische geschiedenis alleen nog leven gehouden door melancholische oudjes die men niet te serieus neemt. Door de jongeren wordt het huidige Rusland gemeten met grootmachten als China en Amerika. In zowel Rusland als China zijn de grote steden in rap tempo gemoderniseerd en blijft het enorme achterland nog steken in een schrijnende armoede.

De steden Moskou en St Petersburg zijn een wereld op zich. Groot, levendig en met een geheel eigen karakter. Weelderige kerken, theaters… Zodra je echter het centrum verlaat bereik je de voorsteden die zijn opgetrokken uit oneindige rijen grijze flats. Ook de kleinere steden, zoals Otradnoe waar ik verblijf, zien er zo uit, tot Vladivostok aan toe. Om de flats heen is dan weer een ring van traditionele houten huizen, hoewel ik helaas steeds vaker de moderne plastic imitatieplanken ontwaar. Buiten dus St Petersburg en Moskou bestaat heel Rusland uit dit soort grijze stadjes en traditionele dorpen. Natuurlijk staat ook hier de tijd niet stil, maar ik kan het niet helpen dat het me soms bijna aandoenlijk voorkomt als ik zie hoe Rusland ergens halverwege schijnt te blijven steken.

We hebben inmiddels allemaal een computer en mobiele telefoon, dus Lena en ik gaan naar het postkantoor om voor mij een Russisch nummer aan te vragen. De Russische provider MTS heeft in St Petersburg een aantal winkels en stands in warenhuizen, precies zoals je zou verwachten. Hier in Otradnoe is naast het postkantoor een ruimte afgeschermd met hardboard. Het hoekje is in haastige horizontale strepen rood en wit geschilderd en een stuk of wat reclameposters zijn met tape aan de muur bevestigd. Een wankel vitrinekastje in de hoek stelt een aantal telefoons tentoon. Het meisje achter de toonbank, hoogblond en op afgetrapte hoge hakken, lacht haar slechte gebit bloot en verkoopt ons een simkaart en internetabonnement.

Lena moet ook nog een aantal poststukken versturen. Deze procedure is vele malen ingewikkelder: omdat het aangetekende brieven zijn moet er een formulier in tweevoud worden ingevuld, de enveloppen stuk voor stuk bestempeld met een aantal stempels uit een koekblik achter de balie en tot besluit nog een heuse ouderwetse lakstempel.

Narcotics



Tien jaar geleden zijn we door Lena aan elkaar voorgesteld. `Dit is Julia, mijn zusje, ze heeft problemen’. Om die reden werd Julia tijdelijk op de boerderij in het gehucht Lezje ondergebracht, waar ik zelf in verband met een liefdadigheidproject terecht was gekomen. Door de taalbarrière sijpelde pas langzaam door om wat voor problemen het eigenlijk ging: Julia was lui, verslavingsgevoelig en opstandig. Ze kwam de ene keer straalbezopen thuis, dan weer met een blauw oog en een bloedneus en soms helemaal niet… Op haar onderarmen begonnen verdachte littekens zichtbaar te worden en al haar tanden misten een stukje omdat ze er flesjes bier tussen open beet. Ze had een groot rond gezicht met felle blauwe ogen. Een echt straatkatje.


In de tien jaar die zijn verstreken heeft Julia een zoon en een dochter gekregen van twee verschillende vaders. Nu zit ze in de gevangenis. Ze is verslaafd geraakt aan heroïne en moet vijf jaar zitten voor het bezit van de drug. De vader van het oudste kind is verdwenen, de vader van de jongste is zelf verslaafd. Heroïne is in Rusland gemakkelijk te krijgen omdat het over land vanuit Afghanistan wordt ingevoerd en gemixt met goedkopere middelen op de markt wordt gebracht. `Soms voelt het alsof ik helemaal geen zusje heb, verzucht Lena, alleen een probleem…’ Op hulp van de Russische overheid hoeft ze namelijk niet te rekenen. Lena en haar moeder vangen dus zo goed als dat kan de twee kinderen op. Maar omdat de oma van ellende zo nu en dan zelf naar de fles grijpt, gaan de kinderen van het ene huis naar het andere. Ze hebben nooit een normaal gezinsleven gekend en de kans is groot dat ook zij de `traditie’ zullen voortzetten. `It’s Russian culture’ glimlacht Lena verdrietig…


De kinderen is verteld dat hun moeder erg ziek is, en daarom verblijft in een sanatorium. Maar Vanja, het oudste zoontje is al acht en begint in de gaten te krijgen dat er meer aan de hand is. Als ik hem ontmoet, een mager jongetje met dezelfde grote helderblauwe ogen als zijn moeder, vertel ik hem dat ik haar nog gekend heb. `Oh ja?’vraagt hij wantrouwend en plant zijn handjes in zijn zij. `Hoe heet ze dan?’


Julia heeft als ze vrijkomt zelfs geen diploma om op terug te vallen. Ze heeft aangekondigd dat ze op basis van goed gedag strafvermindering probeert te krijgen en dan haar opleiding wil afronden. Dit kan ook binnen de gevangenis, maar daar is eveneens geen enkele vorm van overheidssteun mee gemoeid. Julia had bij het laatste bezoek niet eens de woorden gehad om Lena te vertellen hoe zwaar het leven in de gevangenis haar viel. `Denk je dat ze haar leven nu echt gaat beteren?, vraag ik. Lena trekt haar wenkbrauwen op. Het blijft stil…

Projectie

Tien jaar geleden kwam ik voor het eerst in Rusland voor een Nederlands liefdadigheidsproject op het platte land, dat de ambitieuze naam `Malaja Gollandia’ (Klein Holland) droeg. In samenwerking met de Russische kerk had een Nederlands landbouwbureau grote plannen gemaakt voor de renovatie en het in bedrijf stellen van een kleine boerderij in het plaatsje Lezje. Na twee maanden werd echter van Nederlandse zijde de samenwerking opgezegd. Bepaalde zaken, zoals het feit dat een derde van de oogst automatisch naar de priester ging, waren voor ons Hollanders moeilijk te verteren. Toch ben ik gebleven, en ook daarna nog enkele malen teruggekomen.

Vandaag, tien jaar later dus, arriveer ik voor de vierde keer in Lezje. De boerin des huizes, Anna Dmitriovna, staat in de keuken hartige broodjes, gevuld met bieslook en ei, te bakken ter ere van mijn komst. Zodra ik de keuken binnenkom slaat ze haar verweerde handen ineen en drukt me vervolgens met tranen in haar ogen tegen zich aan. `Kom binnen, kom binnen! Ooy… kom theedrinken, ik breng zo de broodjes, ga theedrinken!’ roept ze uit. In de gemeenschappelijke woonkamer van de boerderij schenk ik vast heet water in de gebloemde kopjes. Even later komt Anna met één hand op haar slechte heup en in de andere de schaal met broodjes de kamer binnen. Ze wordt dit jaar 75, zegt ze. Je zou haar er zo tien jaar bij geven, maar het Russische leven is zwaar en de levenverwachting als gevolg daarvan een stuk lager. `Maladjets’ verzucht ze, `bravo dat je terug bent gekomen. Maar je moet je nu toch eens Orthodox laten dopen. Zonder God kan men niet leven. Ach, het leven is hier niets veranderd. We werken in de tuin, we gaan naar de kerk, en we drinken wat wodka. Eenvoudiger kan je het niet hebben.’

Als we na de thee rond de boerderij wandelen zie ik dat ze voor zichzelf nog steeds een flinke moestuin onderhoudt. Aardappels, wortels, uien, bieten, aardbeien, bessen en augurken en tomaten in plastic kassen. Het gangbare assortiment op de Russische boerderij. `Helemaal ecologisch, zonder chemicaliën,’voegt Anna eraan toe. Steunend gaat ze op een houten bakje tussen de rijen groenten zitten en sluit een moment haar oude ogen voor de felle zon. Ik zie dat de stukken land die we tien jaar geleden bewerkt hebben alweer met hoog gras zijn overgroeid. Was Klein Holland een project of slechts een projectie van goede bedoelingen? Hoewel in Nederlandse ogen jammerlijk mislukt, draait de boerderij naar Russische begrippen nog prima. Ik pluk een paar zwarte bessen van een stuik. `Eet! Eet! Eet!’ dringt Anna aan `Allemaal vitaminen!’