woensdag 17 februari 2010

Vier boterhammen met kaas

In het kader van een nieuwe veldwerkopdracht observeer ik momenteel mensen die eten in de trein. De eerste observatie leverde het volgende op:
Een meisje en een jongen van een jaar of dertig reizen van Amsterdam Holendrecht naar Gouda. Meteen nadat ze samen in een vierzits zijn gaan zitten- het meisje bij het raam, de jongen aan het gangpad- ritst het meisje haar volgepakte rode Kipling-rugzak open. Ze haalt een zelf gesmeerde boterham met kaas uit een zwarte broodzak van Albert Heijn en propt de zak terug in de rugtas. Uit een gazen zijvakje van de rugtas haalt ze ook een witte sporters drinkfles die ze op het tafeltje onder het raam zet en waaruit ze zo nu en dan een slok neemt. Het meisje houdt haar boterhammen stevig vast terwijl ze met grote kauwbewegingen, maar gesloten lippen, eet. De jongen tegenover haar leest een krant en het gesprek gaat over een Nederlandse schaatser die het goed doet op de Olympische Winterspelen. "Nederland vereert hem gewoon," zegt het meisje "dat kan toch niet?" Ze pakt een tweede boterham uit de zwarte broodzak en laat die dit keer bovenop de rugtas liggen. Echter haar zwarte jas blijft aan en haar zwarte sjaal houdt ze om. Het gesprek over schaatsen gaat ondertussen verder. Het meisje kauwt steeds met dichte mond, maar opent haar mond wel om te praten voordat ze de happen doorslikt. Ze haalt nog een derde, en ook nog een vierde boterham uit de zak voordat ze hem tot een prop knijpt en weggooit. Er is ongeveer een kwarties verstreken. Het tweede kwartier van hun reis praten de jongen en het meisje verder over sport. Dan stopt het meisje de drinkfles terug in het zijvakje van de rugzak, haalt er een sleutelbos uit en een schaatsmutsje van Aegon dat ze opzet.
Conclusie van de antropoloog: Een duidelijk gevalletje doe-maar-gewoon: de gezonde, Hollandse, praktische treineter.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten