zondag 21 februari 2010
Koek en broodje
Het is vanmorgen druk in de trein. Als ik instap in Amsterdam zitten er twee vrouwen tegenover me, druk pratend over waar ze er nou uit moeten. "We gaan nooit met de trein" zegt de jongere vrouw verontschuldigend als ik het juiste station noem. Ik denk dat het om moeder en dochter gaat. Ze lijken niet op elkaar, de jongere vrouw heeft donkerblonde krulletjes en de oudere vrouw een Indisch uiterlijk, maar ze hebben twee bij elkaar kleurende paarse handtassen op bijna identieke wijze op schoot staan. "Ik moet effeeeeh..." zegt de dochter. Even later zie ik haar in de laatste helft van een plak beboterde ontbijtkoek bijten. Thuis gesmeerd, vermoed ik, maar de wikkel van Peijnenburg blijkt ze al geluidloos te hebben weggegooid. Twee stations verder is de koek op; de plakkende restjes worden met de tong uit de wangholtes geduwd, de kruimels met bescheiden klopjes op de grond geveegd. De dames kletsen verder over de fiets in het halletje en de informatievoorziening op de stations en knikken me nog glimlachend toe voordat ze op Duivendrecht de trein verlaten. Hun plek wordt meteen weer ingenomen door een Indiaas ogend meisje met lange zwarte haren en een grote weekendtas. Ze zet een halfleeg flesje Roosvice op het tafeltje en pakt uit de tas een boek van Khaled Hussein en een broodje in een papieren zak. Het is een bruin broodje mozzarella van le Pain. Het meisje slaat het dikke boek open en begint geconcentreerd lezend haar broodje te eten. Ze laat het broodje hierbij in de papieren zak zitten en schuift het steeds een klein stukje naar voren zodat ze een hap kan nemen. Ze heeft kippenvel op haar armen, om haar dunnen pols zit een wit elastiekje. Na iedere kleine hap klopt ze de kruimels van haar shirt. Het meisje zit met gekruisde armen en benen in een vrij gespannen houding, haar ene hand op het boek en in de andere het broodje. Zo nu en dan haalt ze zachtjes haar neus op, maar ze kijkt nauwelijks op uit haar boek. Als het broodje op is gooit ze de zak weg en blijft lezen totdat de trein de voorsteden van Rotterdam binnerijdt. Dan drinkt ze het flesje Roosvice nog leeg. Conclusie van de antropoloog: Twee gevalletjes zorg-je-wel-goed-voor-jezelf: de bescheiden en zorgzame meisjes trein-eters.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten