donderdag 11 maart 2010

Trein-eters die willen reageren:
Graag schrijven naar sterre-mg@moscowmail.com

Drie boterhammen

Rond tien uur 's ochtends pakt een donkere jongen met krulletjes en bril een plastic zakje met gesmeerde boterhammen uit zijn computertas. De trein vertrekt juist vanaf Amsterdam Centraal. De jongen heeft zijn benen over elkaar geslagen en leest een krant. Onderwijl eet hij de drie boterhammen uit het zakje op. Ik ben er steeds beter op gaan letten hoe de eters hun broodjes vasthouden. Deze jongen, halverwege de twintig, houdt de boterhammen losjes tussen zijn vingers, bijna alsof hij een sigaret vasthoudt. Als de boterhammen op zijn zet hij beide voeten op de grond en leest steunend op zijn knieën de krant uit. De trein nadert station Amsterdam Amstel. De jongen niest, veegt halfslachtig met zijn hand langs zijn jas en pakt dan de computertas. Conclusie van de antropoloog: typisch gevalletje young-professional: de streetwise treineter die net begonnen is de sociale ladder te beklimmen.

dinsdag 9 maart 2010

Bier en Pringles

Het is zondagavond en een uur of zes als ik op station Rotterdam Alexander in de trein stap. Het is druk en omdat er nauwelijks zitplaatsen vrij zijn loop ik door naar de volgende coupé. Vanaf het balkon klinkt luide Arabische muziek- het zijn twee tienerjongens met een mp3-speler. Ik vind een plaatsje in de volgende coupé, waar de muziek nog steeds goed te horen is. Dat vinden ook de man en vrouw in de vierzitsbank naast me. De vrouw schuift een paar keer richting het gangpad om te kijken waar de muziek vandaan komt. "Wel hard hè?" fluisterd ze naar de man. Als ze weer op haar plaats bij het raam gaat zitten schikt ze even haar jas- waarop ze zit. Nu zie ik dat er een busje Pringles op het tafeltje staat, en van de man een halve literblik Heineken. Terwijl de man en de vrouw doorpraten alsof ze een afspraakje hebben aan de bar, vist zij met gestrekte vingers de chipjes een voor een uit het kokertje en kauwt zachtjes terwijl ze de kruimeltjes van haar borst klopt. Hij neemt zo nu en dan een grote slok, op de plaats waar zijn duim het blik raakt zit er een deuk in. "Maar we reizen toch best goed zo?" vraagt de man. De veldwerker krijgt sterk de indruk dat de man in principe een ontspannen persoon is- maar zenuwachtig wordt van de hautaine houding van zijn afspraak. Die gooit net het lege busje weg, waarbij ze haar hand zo ver mogelijk van het prullebakje verwijdert houdt. Het stel verlaat de trein in Woerden. Conclusie van de antropoloog: een typisch gevalletje business-class: de hautaine, bevooroordeelde en ongemakkelijke trein-eter, die duidelijk niet in haar elemant was.

vrijdag 5 maart 2010

Geen

Als ik rond half acht 's ochtends in de trein richting Rotterdam zit is er voor het eerst niemand binnen mijn gezichtsveld aan het eten. Ik drink een cappuccino, de vrouw van midden dertig tegenover me drinkt ook koffie en leest een boek. Verder zit een tienermeisje met haar telefoon te spelen, een meisje van rond de twintig leest een boek en een man rond de dertig luistert naar muziek via een koptelefoon terwijl hij de krant leest. Conclusie van de antropoloog: tijd voor de analyse....

Rantsoen

Het is nog donker buiten als de trein rond half zeven 's ochtends uit Woerden vertrekt. Een grof gebouwde man in lange officiersjas en zware werkschoenen ploft neer in een lege vierzits bank. Ik schat hem rond de veertig. Hij vouwt een krant open, legt die op de bank tegenover hem en een boterhamzakje met twee gesmeerde boterhammen op het tafeltje ernaast. De man zit wijdbeens en steunt met zijn ellebogen op zijn knieën terwijl hij de krant leest. In deze houding neemt hij bijna de hele vierzits in beslag. Met grote happen eet hij achter elkaar de boterhammen met worst op. Terwijl hij de laatste hap in zijn mond heeft verstuurd hij nog een smsje, de telefoon lijkt opvallend klein in de grote mannenhanden. De man ziet nog een stukje worst op de rug van zijn hand kleven en stopt dat in zijn mond. Dan mindert de trein vaart voor station Gouda, de man pakt in één beweging zijn spullen van de bank en loopt de coupé uit. Conclusie van de antropoloog: typisch geval soldaten-rantsoen: de stoere doelgerichte trein-eter.

maandag 1 maart 2010

Twee belegde boterhammen

Het is pas 7 uur 's ochtends. Ik schrik op als ik vanuit mijn ooghoeken ineens iemand zie eten. Het is een vrouw met kort blond haar en een bril. Haar zwart wit geruite jas hangt aan het haakje naast haar in de vierzitsbank. Ik vermoed dat ze in Duivendrecht is ingestapt, maar ik heb haar niet horen binnenkomen en ook geen eten zien of horen pakken. Als ik haar eventjes observeer zie ik hoe ze uit haar zwarte kantoortas een plastic zakje met een tweede boterham pakt. Ze beweegt daarbij slechts de vingers van één hand om de rits een heel klein stukje open zetten en het plastic zakje erdoorheen te trekken. Geen wonder dat ik niets heb gehoord. De boterhammen zijn neutraal belegd met kaas lijkt het, hoewel zich ook even een subtiele eiergeur door de coupé verspreidt. De vrouw zit met gekruisde benen bij het raam en kijkt met een strakke blik in de verte terwijl ze eet, haar houding is van de rest van de coupé afgekeerd. Ze eet snel en netjes met een dichte mond. Na het eten blijft ze naar buiten staren. Ik vraag of ik van haar een pen mag lenen. "Ik heb er maar één," zegt ze "en die heb ik straks nodig. Maar je mag wel even iets opschrijven." Ik neem de pen aan en maak notities terwijl de vrouw nog haar mond leegmaakt. Dan poetst ze met een doekje haar bril schoon en wringt in haar handen tot de knokkels licht kleuren. Ze komt wat krampachtig over. Met een glimlach in mijn richting vraagt ze de pen terug, schrijft met wijd uitgestoken elleboog een halve pagina in een schrift vol en gaat vervolgens de krant lezen, terwijl ze de pen stevig vast blijft houden totdat de trein de eindbestemming Rotterdam bereikt. Conclusie van de antropoloog: typisch gevalletje van alle-touwtjes-in-handen: de effeciente, beheerste en controlerende trein-eter.

donderdag 25 februari 2010

Bruine boterhammen

Rond negen uur stapt op Amsterdam Amstel een net geklede vrouw met een computertas in de trein. Ik schat haar in als een Indiaas type, ze draagt een pantalon en instappers met kleine hakjes onder een halflange jas. Zodra de trein het station uitrijdt haalt ze een plastic zakje met daarin twee bruine boterhammen uit de Dell tas. Met gestrekte vingers haalt ze één boterham half uit het zakje. Ze houdt de boterham vast aan de kant die in het plastic is blijven zitten. De andere boterham bungelt heen en weer in het zakje terwijl ze eet. Het valt op dat ze het eten alleen met haar vingertoppen aanraakt, waarbij ze haar slanke vingers sierlijk gestrekt houdt, de pink in de lucht. Zelf de kruimels pakt ze elegant tussen haar vingertoppen op. Ze zit rechtop, het ene been over het andere geslagen. Tijdens het eten verstuurd ze met de andere hand een paar smsjes of laat die op haar tas rusten. Ze heeft een grijze telefoon, met headset. Het laatste hapje brood brangt ze tussen duim en wijsvinger naar haar mond, dan legt ze een knoopje in het plastic zakje en stopt het terug in een zijvak van haar tas. Ze kijkt verstoord op als er een familie bij haar komt zitten en trekt de zware zwarte tas op schoot om ruimte te maken voor een van de kinderen. Ze slaat de Metro open op de puzzelpagina, vouwt de krant strak in drieën en begint bovenop haar computertas de woordzoeker in de vullen. De vrouw verlaat in Gouda de trein, ik zie geen kans meer om haar aan te spreken voor een reflexie op deze observatie. Conclusie van de antropoloog: typisch geval ivoren-toren: de sierlijk beheerste en elitaire trein-eter.

Bob de Bouwer sandwiches

Rond een uur of tien 's ochtends kies ik een plekje in een verder lege vierzitsbank in de stoptrein. Al gauw komt er een gezin bij me zitten; een meisje van een jaar of zes, een jongen van een jaar of vier en de vader- met piekerig grijs haar en kleurige gewatteerde jas. De kinderen gaan tegenover me zitten, de vader neemt plaats naast mij en vraagt in het Engels: "Would you like something to eat? Fruit? Or a sandwich?" De kinderen knikken gretig en de vader haalt een zakje met gesmeerde witte sesambolletjes uit de grote rugzak op zijn schoot. "Kaas of Bob de Bouwer?" vraagt de vader? Het meisje kiest voor de kinderworst, kruipt met haar broodje terug op de bank en zet meteen haar tanden erin. De jongen lijkt wat teleurgesteld en vader legt uit dat de keuze aan beleg nu eenmaal beperkt is onderweg. De jongen kiest ook Bob de Bouwer en zet net zo gretig als zijn zusje zijn tanden in het broodje. Bij iedere hap vallen er wat sesamzaadjes af. "Passen jullie op voor kruimels?" waarschuwt vader. "Oops," schikt het meisje, ze slaat haar hand voor haar mond en gaat snel rechtop zitten, het ene been over het andere. De jongen negeert de waarschuwing, blijft in onderuitgezakte houding met zijn benen bungelen en vraagt met volle mond hoe lang de reis nog duurt. Het valt me op dat hij niet gecorrigeerd wordt. Als zijn zusje zich in het gesprek mengt krijgt zij te horen dat zij met volle mond niet te verstaan is, waarop ze weer snel haar hand voor haar mond slaat. Het jongetje pulkt ondertussen pitjes van zijn broodje die op zijn spijkerbroek blijven liggen en biedt zijn vader met volle mond een hapje Bob de Bouwer aan. "Mmmm... delicious!" zeggen ze in koor (de favoriete uitroep van een pratende rugzak uit een kinderserie). Het meisje heeft haar broodje op, de jongen speelt nog wat met het laatste stukje en klopt ten slotte ook de kruimels van zijn broek. "Where is Red Panda?" vraagt de vader ineens. Het meisje blijkt haar knuffel te zijn vergeten bij de bank en wordt lichtelijk onrustig. Gelukkig belt vader meteen de bank en wijst het meisje op de voordelen: Als Red Panda vanacht in de bank moet blijven kan hij al het geld meenemen! Het meisje lacht gelukkig weer en ik moet ook lachen- waardoor ik ineens medoe in het gesprek. De vader biedt de kinderen- en ook mij- nog iets te eten aan. Zij een mandarijn, die haar vader netjes voor haar pelt, en hij een banaan. Ik vertel over mijn veldwerk en de reden waarom ik geinteresseerd ben in het onderwerp: het vermeende banaan-in-de-trein taboe. De man zegt dat hij eigenlijk alleen valt over stinkende patat en dat hij juist van de Nederlanders heeft geleerd om onderweg altijd iets te eten mee te nemen. Hij houdt de rugzak voor me open, die vol zit met broodjes en nog meer fruit. Het jongetje knielt neer voor het kleine prullebakje om de schil netjes weg te gooien en wil daarna nog een appel. In Breukelen verlaat de familie de trein. "It was nice to meet you" groet de vader, het meisje zwaait en de jongen zegt niets. Als vader hem aanspoort om te groeten roept hij vanaf het balkon nog heel hard: "Daag!" Conclusie van de antropoloog: A case of all-for-the-kids: de lunchtrommel van moeder trein-etertjes.

zondag 21 februari 2010

Koek en broodje

Het is vanmorgen druk in de trein. Als ik instap in Amsterdam zitten er twee vrouwen tegenover me, druk pratend over waar ze er nou uit moeten. "We gaan nooit met de trein" zegt de jongere vrouw verontschuldigend als ik het juiste station noem. Ik denk dat het om moeder en dochter gaat. Ze lijken niet op elkaar, de jongere vrouw heeft donkerblonde krulletjes en de oudere vrouw een Indisch uiterlijk, maar ze hebben twee bij elkaar kleurende paarse handtassen op bijna identieke wijze op schoot staan. "Ik moet effeeeeh..." zegt de dochter. Even later zie ik haar in de laatste helft van een plak beboterde ontbijtkoek bijten. Thuis gesmeerd, vermoed ik, maar de wikkel van Peijnenburg blijkt ze al geluidloos te hebben weggegooid. Twee stations verder is de koek op; de plakkende restjes worden met de tong uit de wangholtes geduwd, de kruimels met bescheiden klopjes op de grond geveegd. De dames kletsen verder over de fiets in het halletje en de informatievoorziening op de stations en knikken me nog glimlachend toe voordat ze op Duivendrecht de trein verlaten. Hun plek wordt meteen weer ingenomen door een Indiaas ogend meisje met lange zwarte haren en een grote weekendtas. Ze zet een halfleeg flesje Roosvice op het tafeltje en pakt uit de tas een boek van Khaled Hussein en een broodje in een papieren zak. Het is een bruin broodje mozzarella van le Pain. Het meisje slaat het dikke boek open en begint geconcentreerd lezend haar broodje te eten. Ze laat het broodje hierbij in de papieren zak zitten en schuift het steeds een klein stukje naar voren zodat ze een hap kan nemen. Ze heeft kippenvel op haar armen, om haar dunnen pols zit een wit elastiekje. Na iedere kleine hap klopt ze de kruimels van haar shirt. Het meisje zit met gekruisde armen en benen in een vrij gespannen houding, haar ene hand op het boek en in de andere het broodje. Zo nu en dan haalt ze zachtjes haar neus op, maar ze kijkt nauwelijks op uit haar boek. Als het broodje op is gooit ze de zak weg en blijft lezen totdat de trein de voorsteden van Rotterdam binnerijdt. Dan drinkt ze het flesje Roosvice nog leeg. Conclusie van de antropoloog: Twee gevalletjes zorg-je-wel-goed-voor-jezelf: de bescheiden en zorgzame meisjes trein-eters.

donderdag 18 februari 2010

Chips en Autodrop

Als de trein rond tien voor zeven 's avonds Gouda uitrijdt verspreidt zich de geur van warm eten door de coupé. Stoofschotel ofzo. Als ik echter in de spiegeling van het raam de eter in de bank voor mij ontwaar, blijkt het om een minizakje chips te gaan. Sweet Chilli of barbequesaus denk ik. De eter, een man van rond de dertig met bril en slordig kapsel, eet het hele zakje met één of twee chipjes tegelijk in tien minuten leeg. Dan gooit hij het zakje weg, klopt de kruimels van zijn G-star jas en pakt een mobiele telefoon uit zijn schoudertas met groot oranje logo. Een kwartier lang blijft hij druk smsen en in zijn handen wrijven, zijn voeten komen echter niet van hun plaats. Als de trein staion Woeren verlaat is de geur uit de coupé verdwenen en zie ik in het raam dat de man nu iets anders uit een zakje eet, een soort borrelnootjes, maar zwart. Na vijf minuten onderbreekt hij het eten om zich weer een tijdlang op zijn telefoon te richten. Hij heeft ook een walkman opgezet. Het zakje staat op het treintafeltje maar de weerspiegeling verraad nog niets van wat erin zit. Bij Abcoude is het zakje op en weg gegooit, en de man wringt nog wat onrustig in zijn handen en verlaat op Amsterdam Amstel de trein. Veldwerker als ik ben werp ik voordat ik zelf uitstap nog een snelle blik in de prullebak om het mysterie te ontrafelen: chips en Autodrop- Thai Sweet Chili en Motoragent Zwartmans. ["...en als je dan poolshoogte gaat vaststellen, met alle respect, dan blijkt tien van de negen keer dat de inzittende Autodrop aan het verordenen is..." briest het Brabantse cartoon-agentje in de reclamespot.] Conclusie van de antropoloog: Een typisch geval van doe-es-gezellig: de naar vertouwde afleiding zoekende trein-eter.