dinsdag 9 maart 2010
Bier en Pringles
Het is zondagavond en een uur of zes als ik op station Rotterdam Alexander in de trein stap. Het is druk en omdat er nauwelijks zitplaatsen vrij zijn loop ik door naar de volgende coupé. Vanaf het balkon klinkt luide Arabische muziek- het zijn twee tienerjongens met een mp3-speler. Ik vind een plaatsje in de volgende coupé, waar de muziek nog steeds goed te horen is. Dat vinden ook de man en vrouw in de vierzitsbank naast me. De vrouw schuift een paar keer richting het gangpad om te kijken waar de muziek vandaan komt. "Wel hard hè?" fluisterd ze naar de man. Als ze weer op haar plaats bij het raam gaat zitten schikt ze even haar jas- waarop ze zit. Nu zie ik dat er een busje Pringles op het tafeltje staat, en van de man een halve literblik Heineken. Terwijl de man en de vrouw doorpraten alsof ze een afspraakje hebben aan de bar, vist zij met gestrekte vingers de chipjes een voor een uit het kokertje en kauwt zachtjes terwijl ze de kruimeltjes van haar borst klopt. Hij neemt zo nu en dan een grote slok, op de plaats waar zijn duim het blik raakt zit er een deuk in. "Maar we reizen toch best goed zo?" vraagt de man. De veldwerker krijgt sterk de indruk dat de man in principe een ontspannen persoon is- maar zenuwachtig wordt van de hautaine houding van zijn afspraak. Die gooit net het lege busje weg, waarbij ze haar hand zo ver mogelijk van het prullebakje verwijdert houdt. Het stel verlaat de trein in Woerden. Conclusie van de antropoloog: een typisch gevalletje business-class: de hautaine, bevooroordeelde en ongemakkelijke trein-eter, die duidelijk niet in haar elemant was.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten