vrijdag 5 maart 2010
Rantsoen
Het is nog donker buiten als de trein rond half zeven 's ochtends uit Woerden vertrekt. Een grof gebouwde man in lange officiersjas en zware werkschoenen ploft neer in een lege vierzits bank. Ik schat hem rond de veertig. Hij vouwt een krant open, legt die op de bank tegenover hem en een boterhamzakje met twee gesmeerde boterhammen op het tafeltje ernaast. De man zit wijdbeens en steunt met zijn ellebogen op zijn knieën terwijl hij de krant leest. In deze houding neemt hij bijna de hele vierzits in beslag. Met grote happen eet hij achter elkaar de boterhammen met worst op. Terwijl hij de laatste hap in zijn mond heeft verstuurd hij nog een smsje, de telefoon lijkt opvallend klein in de grote mannenhanden. De man ziet nog een stukje worst op de rug van zijn hand kleven en stopt dat in zijn mond. Dan mindert de trein vaart voor station Gouda, de man pakt in één beweging zijn spullen van de bank en loopt de coupé uit. Conclusie van de antropoloog: typisch geval soldaten-rantsoen: de stoere doelgerichte trein-eter.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten