maandag 1 maart 2010
Twee belegde boterhammen
Het is pas 7 uur 's ochtends. Ik schrik op als ik vanuit mijn ooghoeken ineens iemand zie eten. Het is een vrouw met kort blond haar en een bril. Haar zwart wit geruite jas hangt aan het haakje naast haar in de vierzitsbank. Ik vermoed dat ze in Duivendrecht is ingestapt, maar ik heb haar niet horen binnenkomen en ook geen eten zien of horen pakken. Als ik haar eventjes observeer zie ik hoe ze uit haar zwarte kantoortas een plastic zakje met een tweede boterham pakt. Ze beweegt daarbij slechts de vingers van één hand om de rits een heel klein stukje open zetten en het plastic zakje erdoorheen te trekken. Geen wonder dat ik niets heb gehoord. De boterhammen zijn neutraal belegd met kaas lijkt het, hoewel zich ook even een subtiele eiergeur door de coupé verspreidt. De vrouw zit met gekruisde benen bij het raam en kijkt met een strakke blik in de verte terwijl ze eet, haar houding is van de rest van de coupé afgekeerd. Ze eet snel en netjes met een dichte mond. Na het eten blijft ze naar buiten staren. Ik vraag of ik van haar een pen mag lenen. "Ik heb er maar één," zegt ze "en die heb ik straks nodig. Maar je mag wel even iets opschrijven." Ik neem de pen aan en maak notities terwijl de vrouw nog haar mond leegmaakt. Dan poetst ze met een doekje haar bril schoon en wringt in haar handen tot de knokkels licht kleuren. Ze komt wat krampachtig over. Met een glimlach in mijn richting vraagt ze de pen terug, schrijft met wijd uitgestoken elleboog een halve pagina in een schrift vol en gaat vervolgens de krant lezen, terwijl ze de pen stevig vast blijft houden totdat de trein de eindbestemming Rotterdam bereikt. Conclusie van de antropoloog: typisch gevalletje van alle-touwtjes-in-handen: de effeciente, beheerste en controlerende trein-eter.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten